In tijden van crisis moet een overheid bezuinigen. Eigenlijk zou een overheid altijd voorzichtig met de centjes van de burgers moeten omgaan, maar op een of andere manier zijn we er niet zo mee bezig als we zelf genoeg verdienen. Naast het snijden in uitgaven moet de overheid investeren in groeikansen voor de economie. Dat eerste gebeurt met een hoop ketelmuziek, het tweede nog veel te weinig. Een aantal vooraanstaande burgers roept het kabinet nu op om serieus geld vrij te maken voor investeringsfondsen. Ik ben daar wat terughoudend in.
Onze overheid is beter in geld uitgeven dan in investeren. Af en toe lukt het om een succes te boeken (de aanleg van de Maasvlakte) maar de meeste projecten dragen slechts bij aan het rendement van de uitvoerende organisatie. Miljarden aan automatiseringsprojecten, het aanleggen van benodigde infrastructuur met twintig jaar vertraging en niet te vergeten de eindeloze lijst met hobby's van bestuurders waardoor half Nederland vol staat met veel te dure architectuur.
Toen ik de burgemeester van Leiden, die trots kan vertellen dat hij 150 miljoen investeringsgeld had weten 'los te krijgen' van de landelijke overheid, eens vroeg wat het resultaat van die belegging was keek hij als de traditionele aap in een gouden horloge. Zo moest ik dat natuurlijk niet zien. Op mijn vraag of meetbaar kan worden gemaakt wat het rendement van die 'investering' is moest de brave burgervader het antwoord schuldig blijven.
"Kom op!", probeerde ik hem nog te helpen, "is het Bruto Leids Product gestegen, kunt u zien dat er meer BTW wordt afgedragen of daalt de werkloosheid?"
De bestuurder schudde het hoofd over zoveel onbegrip. Hij kan zich niet voorstellen dat elke euro die de overheid uitgeeft wordt verdient door de mensen die elke morgen om zes uur op staan om, populistisch gezegd, de eerste twee werkdagen van de week aan de slag te gaan om onze overheid te betalen. Hij is niet de enige. Overal in ons bestuur zitten mensen die handig zijn in het lospeuteren van geld voor een volgend leuk project, waarvan het resultaat onduidelijk blijft.
Van een bevriende bestuurder ving ik eens de spreuk op: "Tussen droom en daad staat de gemeenteraad" Dat zou de ideale situatie zijn: Democratisch verkozenen die zich druk maken over de ambities van bestuurders. Lees daar, in plaats van gemeenteraad, ook nog even 'provinciale staten' en 'tweede kamer'. Parlementen met tanden, die er op toezien dat de overheid werkelijk investeert in maatschappelijk rendement. Ik durf de stelling aan dat dat vanzelf leidt tot de broodnodige verkleining van de overheid en de wig tussen de loonkosten en het netto salaris van onze werkende bevolking.
Heeft ons bestuur dan helemaal geen functie? Natuurlijk wel. Er is een ruime behoefte aan lantarenpalen en af en toe een politieman. Een goede overheid zorgt voor een vangnet voor mensen die het zelf echt niet redden. Een goede overheid investeert zelfs in projecten die onze concurrentiepositie versterken. Een goede overheid doet dat aan de hand van concrete doelstellingen vooraf, in samenwerking met de mensen die verstand hebben van investeren en hogere doelen stellen dan alleen het binnenharken van geld uit 'onze' spaarpotten. Daarvan zijn er genoeg in ons land. U hoeft ze alleen maar te vragen.
zondag 4 augustus 2013
maandag 3 juni 2013
Alphense boys vooruit!
Het is de dag na de kloppartij bij de wedstrijd Alphense Boys-Haaglandia. Alle media hebben inmiddels hetzelfde bericht in twintigvoud gekopieerd en de reacties liegen er niet om. Op steeds hogere toon vinden we het schandalig en vallen we over elkaar heen in onze ongeremde verontwaardiging.
Het voordeel van steeds snellere berichtgeving is ook haar nadeel: Wie in zijn eerste opwelling reageert loopt het risico een hogere toon aan te slaan dan wanneer hij even achterover leunt en de zaken in perspectief zet. We leven in een samenleving waar de impact van elke gebeurtenis even groot is, tot het volgende nieuwsfeit zich aandient.
Het was gisteren geen zwarte dag voor Alphense Boys. Evenmin was er een drama gaande, en zeker geen historische gebeurtenis. Er waren wat heethoofden, waarbij de vlam in de hersenpan sloeg en daarna een vechtpartij met een handvol gewonden en arrestaties. Heel erg vervelend, maar het zal de geschiedenisboekjes niet halen. Het bestuur van Alphense Boys mag nog met wat bossen bloemen naar het hospitaal en daarmee kunnen we dit boek sluiten.
Geweld rond het sportveld is van alle tijden. Zolang voetbal een volkssport is waar jonge mannen hun opgekropte emoties botvieren zal dat ook zo blijven. In een samenleving waar de primaire mannelijke gevoelens worden onderdrukt blijven we zoeken naar een manier om onze primitieve behoefte tot jacht en strijd te uiten. Sport is daarvoor een prima substituut.
Paintball, voetbal en hockey: Het zijn allemaal goede manieren om van ons overschot aan testosteron af te komen, als deelnemer of als toeschouwer. Een voetballer die het veld betreedt moet toch ergens zijn motivatie vandaan halen om de tegenstander te verslaan. De sfeer in een voetbalstadion wordt voor een groot gedeelte bepaald doordat fans van beide clubs elkaar toeschreeuwen. Niemand komt kijken naar een elftal dat zijn best niet doet.
Kunnen de clubs dan helemaal niets doen aan die opstootjes? Zeker wel. Trainers en begeleiders zijn bij uitstek geschikt om de lijn te trekken tussen sportief de degens kruisen en elkaar afrossen. Dat gaat ze over het algemeen goed af: Er zijn meer dan één miljoen mensen lid van de KNVB en er gaan slechts enkele tientallen per weekend met elkaar op de vuist.
Voor zover er een probleem is, moet het door de clubs en toeschouwers zelf ter hand worden genomen. We leven in een samenleving waar het “aanspreken op fout gedrag” aan de overheid is gedelegeerd en durven zelf vaak te weinig tegen elkaar te zeggen. Dat is voor verbetering vatbaar. Als een speler of toeschouwer over de schreef gaat moet hij worden aangesproken, bij voorkeur door iemand van zijn eigen partij. Daarna sluiten we ons weer aan bij die overgrote meerderheid van toeschouwers die goed weet dat de wedstrijd duurt tot het fluitsignaal en daarna verbroederd weer naar huis gaan.
Het voordeel van steeds snellere berichtgeving is ook haar nadeel: Wie in zijn eerste opwelling reageert loopt het risico een hogere toon aan te slaan dan wanneer hij even achterover leunt en de zaken in perspectief zet. We leven in een samenleving waar de impact van elke gebeurtenis even groot is, tot het volgende nieuwsfeit zich aandient.
Het was gisteren geen zwarte dag voor Alphense Boys. Evenmin was er een drama gaande, en zeker geen historische gebeurtenis. Er waren wat heethoofden, waarbij de vlam in de hersenpan sloeg en daarna een vechtpartij met een handvol gewonden en arrestaties. Heel erg vervelend, maar het zal de geschiedenisboekjes niet halen. Het bestuur van Alphense Boys mag nog met wat bossen bloemen naar het hospitaal en daarmee kunnen we dit boek sluiten.
Geweld rond het sportveld is van alle tijden. Zolang voetbal een volkssport is waar jonge mannen hun opgekropte emoties botvieren zal dat ook zo blijven. In een samenleving waar de primaire mannelijke gevoelens worden onderdrukt blijven we zoeken naar een manier om onze primitieve behoefte tot jacht en strijd te uiten. Sport is daarvoor een prima substituut.
Paintball, voetbal en hockey: Het zijn allemaal goede manieren om van ons overschot aan testosteron af te komen, als deelnemer of als toeschouwer. Een voetballer die het veld betreedt moet toch ergens zijn motivatie vandaan halen om de tegenstander te verslaan. De sfeer in een voetbalstadion wordt voor een groot gedeelte bepaald doordat fans van beide clubs elkaar toeschreeuwen. Niemand komt kijken naar een elftal dat zijn best niet doet.
Kunnen de clubs dan helemaal niets doen aan die opstootjes? Zeker wel. Trainers en begeleiders zijn bij uitstek geschikt om de lijn te trekken tussen sportief de degens kruisen en elkaar afrossen. Dat gaat ze over het algemeen goed af: Er zijn meer dan één miljoen mensen lid van de KNVB en er gaan slechts enkele tientallen per weekend met elkaar op de vuist.
Voor zover er een probleem is, moet het door de clubs en toeschouwers zelf ter hand worden genomen. We leven in een samenleving waar het “aanspreken op fout gedrag” aan de overheid is gedelegeerd en durven zelf vaak te weinig tegen elkaar te zeggen. Dat is voor verbetering vatbaar. Als een speler of toeschouwer over de schreef gaat moet hij worden aangesproken, bij voorkeur door iemand van zijn eigen partij. Daarna sluiten we ons weer aan bij die overgrote meerderheid van toeschouwers die goed weet dat de wedstrijd duurt tot het fluitsignaal en daarna verbroederd weer naar huis gaan.
donderdag 23 mei 2013
Jos van de rebellenclub
De VVD praat over integriteit en de eerste motie ligt al voor. Het is niet de eerste keer dat een kiesvereniging met een structuurmaatregel een cultuurprobleem probeert op te lossen. De voorstellen van het Pastinaeckberaad en het hoofdbestuur lossen het probleem niet op. Ze trappen een deur in die al jaren openstaat, maar waar te weinig politici bereid zijn door heen te lopen.
Over de ernstige gevallen van integriteitsbreuk zijn we het eens. We verwerpen ze collectief en kunnen ons alleen afvragen waar de checks in het systeem zitten die niet hebben gefunctioneerd. Als er in Roermond inderdaad panden voor twee maal de marktwaarde door de gemeente zijn gekocht van een “bevriende” projectontwikkelaar mankeert er in elk geval iets aan de democratische controle.
Besturen is mensenwerk. Bestuurlijke bolwerken hebben met elkaar gemeen dat de leden te vaak bereid zijn elkaar de hand boven het hoofd te houden. Daarom zien we mensen “met een vlekje” regelmatig van bestuurlijke post wisselen. De houding van Van Rey en de cultuur binnen zijn afdeling zijn een uitslaande brand; al die goedwillende bestuurders die te weinig met elkaar praten over integriteit zijn onze veenbrand, die dit soort (vermoedde) excessen voeden.
Voor elke bestuurder ligt corruptie op de loer. Zolang we van hen verwachten dat ze een goede relatie met de samenleving onderhouden komen zij in situaties waarin zij zich stevig bewust moeten zijn van hun rol en positie. Vaak is er van beide kanten geen boosaardig opzet in het spel, maar een ontwikkelende persoonlijke relatie kan vreemde gevolgen hebben. De enige die de afweging kan maken welke stap hij zet is de bestuurder zelf. Hij kan sterke of zwakke knieën hebben; hij kan zelfs niet doorhebben dat hij iets doet wat eigenlijk niet kan. Dat doet hij niet op basis van normen, dat doet hij op basis van waarden.
Ik gun de VVD zaterdag het debat over integriteit. Alle mantra’s zullen wel worden aangehoord en aangenomen, dat werkt louterend. Ze zullen het probleem niet oplossen. Integriteit is geen afspraak; het is een houding. Een houding die door de jaren heen onderhoud vraagt. De enige manier om dat onderhoud te plegen is door er regelmatig met elkaar over te praten. Afdelingsbesturen, fracties en bestuurders doen er goed aan om dat gesprek regelmatig en waardig op hun agenda te zetten.
Over de ernstige gevallen van integriteitsbreuk zijn we het eens. We verwerpen ze collectief en kunnen ons alleen afvragen waar de checks in het systeem zitten die niet hebben gefunctioneerd. Als er in Roermond inderdaad panden voor twee maal de marktwaarde door de gemeente zijn gekocht van een “bevriende” projectontwikkelaar mankeert er in elk geval iets aan de democratische controle.
Besturen is mensenwerk. Bestuurlijke bolwerken hebben met elkaar gemeen dat de leden te vaak bereid zijn elkaar de hand boven het hoofd te houden. Daarom zien we mensen “met een vlekje” regelmatig van bestuurlijke post wisselen. De houding van Van Rey en de cultuur binnen zijn afdeling zijn een uitslaande brand; al die goedwillende bestuurders die te weinig met elkaar praten over integriteit zijn onze veenbrand, die dit soort (vermoedde) excessen voeden.
Voor elke bestuurder ligt corruptie op de loer. Zolang we van hen verwachten dat ze een goede relatie met de samenleving onderhouden komen zij in situaties waarin zij zich stevig bewust moeten zijn van hun rol en positie. Vaak is er van beide kanten geen boosaardig opzet in het spel, maar een ontwikkelende persoonlijke relatie kan vreemde gevolgen hebben. De enige die de afweging kan maken welke stap hij zet is de bestuurder zelf. Hij kan sterke of zwakke knieën hebben; hij kan zelfs niet doorhebben dat hij iets doet wat eigenlijk niet kan. Dat doet hij niet op basis van normen, dat doet hij op basis van waarden.
Ik gun de VVD zaterdag het debat over integriteit. Alle mantra’s zullen wel worden aangehoord en aangenomen, dat werkt louterend. Ze zullen het probleem niet oplossen. Integriteit is geen afspraak; het is een houding. Een houding die door de jaren heen onderhoud vraagt. De enige manier om dat onderhoud te plegen is door er regelmatig met elkaar over te praten. Afdelingsbesturen, fracties en bestuurders doen er goed aan om dat gesprek regelmatig en waardig op hun agenda te zetten.
maandag 20 mei 2013
We gaan niet terug naar de kerntaken; we gaan vooruit!
Het artikel dat Halbe Zijlstra in NRC publiceerde is een helder betoog over zijn liberale kijk op onze wereld. Dàt we de combinatie van het huidige niveau van geld rondpompen en weerloze burgers creëren niet langer vol kunnen houden is evident; de vraag hoe we de brug naar de toekomst slaan is belangrijker. Ik ben het op één punt met Zijlstra oneens: De overheid moet niet terug naar haar kerntaken; de overheid moet vooruit naar haar kerntaken.
In dit ogenschijnlijk semantische meningsverschil ligt wel de oplossing van het vraagstuk “hoe bereiken we deze situatie?” verborgen. De gedachte dat we ergens naar terugkeren is onverteerbaar, in dit geval zelfs onwenselijk. Een overheid die terugkeert naar de samenleving van 1950 is misschien wel het ideaal van Geert Wilders, maar niet dat van mij.
Onze samenleving is sinds Thorbecke behoorlijk veranderd. De laatste 30 jaar hebben moderne technologieën de mensen veel dichter bij de macht gebracht dan daarvoor. Als kennis macht is, dan is de macht tegenwoordig beter verdeeld dan aan het begin van onze liberale samenleving. De reactie van Han van der Horst op Joop! getuigt dan ook van een wereldbeeld dat we sinds de jaren ’80 spoorslags achter ons laten. De geïnformeerde burger is steeds moeilijker te verleiden tot woekerpolissen en wie ziet hoeveel invloed individuele burgers inmiddels hebben op het beleid van marktpartijen leert dat de gemiddelde kapitalistische marktpartij beter naar de burger luistert dan welke bestuurder ook.
Dat de overheid als marktmeester de markten overziet is voor die toekomst een belangrijk uitgangspunt. Ook daarin ga ik liever vooruit dan terug. In een systeem waarin de overheid zich bezig houdt met haar kerntaken is dat misschien wel de belangrijkste kerntaak, met een grote uitdaging voor onze democratisch verkozenen.
De beheerinstrumenten van de overheid maken maatwerk steeds meer mogelijk. Dat levert een grote bijdrage om de overheid op afstand te zetten van de burgers die helemaal niet op de overheid zitten te wachten, maar wel te zorgen voor mensen die werkelijk staatssteun nodig hebben. De decentralisaties van het rijk naar gemeenten biedt daarvoor een uitgelezen kans. Het is jammer dat deze gepaard gaan met onmiddellijke bezuinigingen, want dat geeft onze lokale bestuurders een excuus om zich jammerend ter aarde te werpen, in plaats van deze buitenkans om goed beleid te ontwikkelen en een goede bijdrage te leveren aan de zelfredzaamheid van hun burgers te omarmen.
De voorbeelden van uitwassen van onze huidige verzorgingsstaat liggen voor het oprapen. Ik ken middenstanders die geen personeel voor een paar uur per week kunnen werven omdat dat grote gevolgen heeft voor het UWV-inkomen van deze mensen. Ik ken een man van negentig jaar, die, met vier kinderen binnen een straal van 500 meter, tachtigduizend euro per jaar aan thuiszorg consumeert. Ik zie, als raadslid, regelmatig eisende burgers die willen dat de gemeente iets oplost wat ze veel makkelijker zelf op kunnen lossen. Tegenovergesteld zie ik ook burgers die initiatief ontplooien en verdrinken in een moeras van overheidsbemoeienis.
Het betoog van Zijlstra wordt dus waardevol als we niet praten over “terugtrekken op kerntaken”, maar “formuleren van kerntaken” De kerntaken van een moderne overheid zijn anders dan die Thorbecke in 1848 bedacht. In het formuleren van die nieuwe kerntaken ligt ook de route naar die vrije samenleving besloten. Ik stel voor dat we met elkaar op pad gaan.
In dit ogenschijnlijk semantische meningsverschil ligt wel de oplossing van het vraagstuk “hoe bereiken we deze situatie?” verborgen. De gedachte dat we ergens naar terugkeren is onverteerbaar, in dit geval zelfs onwenselijk. Een overheid die terugkeert naar de samenleving van 1950 is misschien wel het ideaal van Geert Wilders, maar niet dat van mij.
Onze samenleving is sinds Thorbecke behoorlijk veranderd. De laatste 30 jaar hebben moderne technologieën de mensen veel dichter bij de macht gebracht dan daarvoor. Als kennis macht is, dan is de macht tegenwoordig beter verdeeld dan aan het begin van onze liberale samenleving. De reactie van Han van der Horst op Joop! getuigt dan ook van een wereldbeeld dat we sinds de jaren ’80 spoorslags achter ons laten. De geïnformeerde burger is steeds moeilijker te verleiden tot woekerpolissen en wie ziet hoeveel invloed individuele burgers inmiddels hebben op het beleid van marktpartijen leert dat de gemiddelde kapitalistische marktpartij beter naar de burger luistert dan welke bestuurder ook.
Dat de overheid als marktmeester de markten overziet is voor die toekomst een belangrijk uitgangspunt. Ook daarin ga ik liever vooruit dan terug. In een systeem waarin de overheid zich bezig houdt met haar kerntaken is dat misschien wel de belangrijkste kerntaak, met een grote uitdaging voor onze democratisch verkozenen.
De beheerinstrumenten van de overheid maken maatwerk steeds meer mogelijk. Dat levert een grote bijdrage om de overheid op afstand te zetten van de burgers die helemaal niet op de overheid zitten te wachten, maar wel te zorgen voor mensen die werkelijk staatssteun nodig hebben. De decentralisaties van het rijk naar gemeenten biedt daarvoor een uitgelezen kans. Het is jammer dat deze gepaard gaan met onmiddellijke bezuinigingen, want dat geeft onze lokale bestuurders een excuus om zich jammerend ter aarde te werpen, in plaats van deze buitenkans om goed beleid te ontwikkelen en een goede bijdrage te leveren aan de zelfredzaamheid van hun burgers te omarmen.
De voorbeelden van uitwassen van onze huidige verzorgingsstaat liggen voor het oprapen. Ik ken middenstanders die geen personeel voor een paar uur per week kunnen werven omdat dat grote gevolgen heeft voor het UWV-inkomen van deze mensen. Ik ken een man van negentig jaar, die, met vier kinderen binnen een straal van 500 meter, tachtigduizend euro per jaar aan thuiszorg consumeert. Ik zie, als raadslid, regelmatig eisende burgers die willen dat de gemeente iets oplost wat ze veel makkelijker zelf op kunnen lossen. Tegenovergesteld zie ik ook burgers die initiatief ontplooien en verdrinken in een moeras van overheidsbemoeienis.
Het betoog van Zijlstra wordt dus waardevol als we niet praten over “terugtrekken op kerntaken”, maar “formuleren van kerntaken” De kerntaken van een moderne overheid zijn anders dan die Thorbecke in 1848 bedacht. In het formuleren van die nieuwe kerntaken ligt ook de route naar die vrije samenleving besloten. Ik stel voor dat we met elkaar op pad gaan.
donderdag 18 april 2013
De veertigers
Ze zijn allemaal ongeveer van mijn generatie: De jongens en meisjes die nu ons land besturen. Ze zijn, net als ik, kinderen van ouders die steeds rijker werden en die hebben geleerd hoe je dreinend de volgende fles cola van je moeder aftroggelt. Als tegenwind een karakter vormt, kan je stellen dat een constante meewind een karakterloos mens oplevert.
We zagen onze troonpretendent die, nog voordat er tegenwind was, zijn machtspositie aan de wilgen hing en in een interview aangaf zich vrijwillig te laten degraderen tot de dikst betaalde lintjesknipper van ons land. Zijn baas, onze premier, die niet verder komt dan de oproep dat alle problemen over zijn als wij auto’s en huizen gaan kopen en niet in de laatste plaats de asociale partners die niet verder komen dan een slap akkoord, in de hoop dat de crisis pijnloos aan ons voorbij gaat. Het is een generatie die vast op de grond gaat liggen in de hoop dat ze dan niet geslagen worden.
De erosie van ons systeem begon een paar jaar geleden met politici die besloten voor “hun gezin” te kiezen in plaats van voor hun roeping. Met bestuurders die in hun drang naar een baantje vergaten dat ze volksvertegenwoordiger waren en dat alles in een samenleving van veeleisende burgers, die vooral niet bereid zijn ook maar een fractie van hun overdreven rijkdom in te leveren en claimen overal "recht op te hebben".
De aftakeling van onze samenleving begon veel eerder. In plaats van het besef dat de derde auto ons niet gelukkiger gaat maken kopen we jaarlijks een nog grotere breedbeeldtv. In een land waar de rijkdom aan de gevels hangt kiezen we er niet voor die rijkdom te delen, maar ons terug te trekken binnen ons onbeholpen, volgevreten, xenofobe cirkeltje. Het is de wereld waarin ouders op hoge toon eisen dat hun kinderen vol worden gestopt met pepmiddel om zorgeloos het hoogste platform te bereiken.
Ik gun dit land een diepe crisis. Een crisis waarin we de vernieuwing die nodig is om de rest van de wereld bij te houden doorvoeren. Ik gun u het moment waarop we ons realiseren dat onze burchten eenmin als “Fort Europa” de verandering tegenhouden en dat uw beschaving het zelfde lot wacht als alle andere beschavingen die u voorgingen: Een onhoudbaar afglijden naar de ontbinding van uw decadente levenswijze.
Als de uitkomst van de liberale samenleving die halverwege de negentiende eeuw in de lage landen werd gevestigd moet zijn dat we anno 2013 met een stuurloze maatschappij, geleid door blinde roergangers richting onze ondergang varen kan ik alleen maar hopen dat de democratische verlossers van de volgende generatie opstaan om ons te redden. Wij, de veertigers, zijn kansloos en heffen onze handen ten hemel in afwachting van uw komst.
We zagen onze troonpretendent die, nog voordat er tegenwind was, zijn machtspositie aan de wilgen hing en in een interview aangaf zich vrijwillig te laten degraderen tot de dikst betaalde lintjesknipper van ons land. Zijn baas, onze premier, die niet verder komt dan de oproep dat alle problemen over zijn als wij auto’s en huizen gaan kopen en niet in de laatste plaats de asociale partners die niet verder komen dan een slap akkoord, in de hoop dat de crisis pijnloos aan ons voorbij gaat. Het is een generatie die vast op de grond gaat liggen in de hoop dat ze dan niet geslagen worden.
De erosie van ons systeem begon een paar jaar geleden met politici die besloten voor “hun gezin” te kiezen in plaats van voor hun roeping. Met bestuurders die in hun drang naar een baantje vergaten dat ze volksvertegenwoordiger waren en dat alles in een samenleving van veeleisende burgers, die vooral niet bereid zijn ook maar een fractie van hun overdreven rijkdom in te leveren en claimen overal "recht op te hebben".
De aftakeling van onze samenleving begon veel eerder. In plaats van het besef dat de derde auto ons niet gelukkiger gaat maken kopen we jaarlijks een nog grotere breedbeeldtv. In een land waar de rijkdom aan de gevels hangt kiezen we er niet voor die rijkdom te delen, maar ons terug te trekken binnen ons onbeholpen, volgevreten, xenofobe cirkeltje. Het is de wereld waarin ouders op hoge toon eisen dat hun kinderen vol worden gestopt met pepmiddel om zorgeloos het hoogste platform te bereiken.
Ik gun dit land een diepe crisis. Een crisis waarin we de vernieuwing die nodig is om de rest van de wereld bij te houden doorvoeren. Ik gun u het moment waarop we ons realiseren dat onze burchten eenmin als “Fort Europa” de verandering tegenhouden en dat uw beschaving het zelfde lot wacht als alle andere beschavingen die u voorgingen: Een onhoudbaar afglijden naar de ontbinding van uw decadente levenswijze.
Als de uitkomst van de liberale samenleving die halverwege de negentiende eeuw in de lage landen werd gevestigd moet zijn dat we anno 2013 met een stuurloze maatschappij, geleid door blinde roergangers richting onze ondergang varen kan ik alleen maar hopen dat de democratische verlossers van de volgende generatie opstaan om ons te redden. Wij, de veertigers, zijn kansloos en heffen onze handen ten hemel in afwachting van uw komst.
donderdag 11 april 2013
De blindenbibliotheek
De Boskoopse gemeenteraad moet dit jaar nog een besluit nemen over de (her)huisvesting van de bibliotheek. Een goed moment om bibliotheek De Groene Venen te vragen om een visie op die huisvesting en haar rol in onze veranderende samenleving. Waar de bibliotheek van Alexandrië nog het voorrecht had de enige plaats van kennis en documentatie in de antieke wereld te zijn; de Boskoper heeft toegang tot duizenden plekken waar hij zijn honger naar kennis en leesplezier kan stillen, vaak zelfs vanuit zijn eigen woonkamer.
Kennelijk was het bibliotheekbestuur niet in staat om een eigen visie te produceren, waardoor de gemeente gedwongen was de bibliotheek op sleeptouw te nemen. De toekomstschets is geschreven door een adviesbureau dat de rol van de bibliotheek beperkt tot het zijn van hulporganisatie voor leesblind en laaggeletterd Boskoop. Er wordt met geen woord gerept over de mogelijkheid om nieuwe inkomstenbronen aan te boren; de “visie” van de bibliotheek beperkt zich tot de korste weg om zo lang mogelijk aan het subsidieinfuus te blijven hangen in een ruimte van vierhonderd vierkante meter.
Bibliotheek De Groene Venen is ziende blind. Dat de Boskoopse burger per uitlening een stevig bedrag bijlegt ervaart zij als doodnormaal. De toekomstschets beperkt zich tot ronkende verhalen over de rol die de bibliotheek zichzelf toekent, zonder zich af te vragen waar het geld verdiend gaat worden. Het deelt de maatschappij in in een waardeloze handvol doelgroepen, de onnozele rekensom over het benodigde aantal vierkante meters lijkt gemaakt door een laaggeletterde basisscholier en de analyse van de huisvestingsbehoefte is door een onwillige puber in elkaar geknutseld.
Deze visieloze visie dwingt de gemeente het vizier te richten op een oplossing waarbij de inwoners van ons dorp niet worden belast met de kosten voor deze bezigheidstherapie voor bibliotheekbestuurders. Het zou het einde betekenen van een eeuwenoude traditie. Dat is jammer, want Nederland staat vol met prachtige, goed functionerende bibliotheken, die midden in de samenleving staan. Die zich niet alleen richten op een kleine, zielige, subsidiabele groep, maar ook op zoek gaan naar een eigen verdienmodel. De Groene Venen moet komen met een beter plot. Als dat niet lukt sluiten we dit hoofdstuk af en gaan we op zoek naar partijen die een beter verhaal vertellen.
Kennelijk was het bibliotheekbestuur niet in staat om een eigen visie te produceren, waardoor de gemeente gedwongen was de bibliotheek op sleeptouw te nemen. De toekomstschets is geschreven door een adviesbureau dat de rol van de bibliotheek beperkt tot het zijn van hulporganisatie voor leesblind en laaggeletterd Boskoop. Er wordt met geen woord gerept over de mogelijkheid om nieuwe inkomstenbronen aan te boren; de “visie” van de bibliotheek beperkt zich tot de korste weg om zo lang mogelijk aan het subsidieinfuus te blijven hangen in een ruimte van vierhonderd vierkante meter.
Bibliotheek De Groene Venen is ziende blind. Dat de Boskoopse burger per uitlening een stevig bedrag bijlegt ervaart zij als doodnormaal. De toekomstschets beperkt zich tot ronkende verhalen over de rol die de bibliotheek zichzelf toekent, zonder zich af te vragen waar het geld verdiend gaat worden. Het deelt de maatschappij in in een waardeloze handvol doelgroepen, de onnozele rekensom over het benodigde aantal vierkante meters lijkt gemaakt door een laaggeletterde basisscholier en de analyse van de huisvestingsbehoefte is door een onwillige puber in elkaar geknutseld.
Deze visieloze visie dwingt de gemeente het vizier te richten op een oplossing waarbij de inwoners van ons dorp niet worden belast met de kosten voor deze bezigheidstherapie voor bibliotheekbestuurders. Het zou het einde betekenen van een eeuwenoude traditie. Dat is jammer, want Nederland staat vol met prachtige, goed functionerende bibliotheken, die midden in de samenleving staan. Die zich niet alleen richten op een kleine, zielige, subsidiabele groep, maar ook op zoek gaan naar een eigen verdienmodel. De Groene Venen moet komen met een beter plot. Als dat niet lukt sluiten we dit hoofdstuk af en gaan we op zoek naar partijen die een beter verhaal vertellen.
dinsdag 26 februari 2013
Alleen maar verliezers
(een triest verhaal)
De ontboezeming van één van mijn relaties, nadat hij een investering van een miljoen euro moest afschrijven in verband met een faillissement, was: ”Ik kwam er achter dat ik begon met investeren, maar eindigde met geld uitgeven.” Ondanks alle goede bedoelingen van de directie bleef de omzet achter bij de prognose, terwijl de kosten bleven toenemen.
Met de wijsheid achteraf kan je stellen dat de directie en de financier op basis van een te mager plan zijn vertrokken. De eerste investering was vijf ton, de omzetprognose voor het eerste jaar was al twee miljoen Euro, en zou in vijf jaar oplopen naar tien miljoen. Toen na een jaar de eerste inleg op was en de omzet op nog geen half miljoen stond kwam de vraag om bij te storten.
Het is het moment waar elke investeerder voor vreest. Niet bijstorten betekent over het algemeen het direct afschrijven van je investering, terwijl met wat extra geld de onderneming misschien over het dode punt kan worden heengetrokken. Dus vaak wordt er een flinke som naast gelegd in de hoop “het verlies goed te maken” Dat was het moment waarop mijn relatie van “investeerder” een “suikeroompje” werd.
Het antwoord op de vraag waarom de omzet slechts de helft van de prognose was, was onbevredigend en vaag. Er waren partners “die het niet begrepen”, een publiek “dat er nog niet aan toe was” en meer van dat soort externe excuses. Het lag natuurlijk vooral niet aan de directie en het inmiddels aangenomen personeel en het was een kwestie van “wachten tot de markt het oppakt”.
Het plan waarop de onderneming gestart was kwam niet meer boven tafel. Het had ook weinig nut gehad, want er was geen rekening gehouden met zwaar weer. Er was een berg onverkochte voorraad (Die later onverkoopbaar bleek) en in blinde paniek gaf het jonge bedrijf een ruk aan het roer naar de volgende koers. Er was nog steeds geen onderzoek gedaan naar de wens van de klant en de complete organisatie zat te wachten tot de buitenwereld in actie zou komen.
In de erop volgende periode zou het bedrijf nog twee keer van koers wijzigen, tot het bij gebrek aan brandstof stil kwam te liggen. De investeerder was het eindelijk zat. Hij zag zijn bedrijf geen meter dichter bij de markt komen, terwijl die andere meter (de kosten) stevig doorliep. Weer wachtte het bedrijf tot de buitenwereld in actie kwam, maar nu kwam de buitenwereld met claims en incasso’s.
(Naschrift Luctor: De eerste versie van dit blog staat op de site van GHP. Het is niet mijn gewoonte om op Luctorblog zakelijke blogs te plaatsen. Helaas is bovenstaand verhaal waar, en heeft het meer effect op de samenleving dan op het eerste gezicht lijkt. Niet alleen is er veel geld van aandeelhouders verdampt, maar ook personeel en crediteuren van dit bedrijf zijn de dupe. Het is een spel geweest met alleen maar verliezers. Dat is maatschappelijk relevant)
De ontboezeming van één van mijn relaties, nadat hij een investering van een miljoen euro moest afschrijven in verband met een faillissement, was: ”Ik kwam er achter dat ik begon met investeren, maar eindigde met geld uitgeven.” Ondanks alle goede bedoelingen van de directie bleef de omzet achter bij de prognose, terwijl de kosten bleven toenemen.
Met de wijsheid achteraf kan je stellen dat de directie en de financier op basis van een te mager plan zijn vertrokken. De eerste investering was vijf ton, de omzetprognose voor het eerste jaar was al twee miljoen Euro, en zou in vijf jaar oplopen naar tien miljoen. Toen na een jaar de eerste inleg op was en de omzet op nog geen half miljoen stond kwam de vraag om bij te storten.
Het is het moment waar elke investeerder voor vreest. Niet bijstorten betekent over het algemeen het direct afschrijven van je investering, terwijl met wat extra geld de onderneming misschien over het dode punt kan worden heengetrokken. Dus vaak wordt er een flinke som naast gelegd in de hoop “het verlies goed te maken” Dat was het moment waarop mijn relatie van “investeerder” een “suikeroompje” werd.
Het antwoord op de vraag waarom de omzet slechts de helft van de prognose was, was onbevredigend en vaag. Er waren partners “die het niet begrepen”, een publiek “dat er nog niet aan toe was” en meer van dat soort externe excuses. Het lag natuurlijk vooral niet aan de directie en het inmiddels aangenomen personeel en het was een kwestie van “wachten tot de markt het oppakt”.
Het plan waarop de onderneming gestart was kwam niet meer boven tafel. Het had ook weinig nut gehad, want er was geen rekening gehouden met zwaar weer. Er was een berg onverkochte voorraad (Die later onverkoopbaar bleek) en in blinde paniek gaf het jonge bedrijf een ruk aan het roer naar de volgende koers. Er was nog steeds geen onderzoek gedaan naar de wens van de klant en de complete organisatie zat te wachten tot de buitenwereld in actie zou komen.
In de erop volgende periode zou het bedrijf nog twee keer van koers wijzigen, tot het bij gebrek aan brandstof stil kwam te liggen. De investeerder was het eindelijk zat. Hij zag zijn bedrijf geen meter dichter bij de markt komen, terwijl die andere meter (de kosten) stevig doorliep. Weer wachtte het bedrijf tot de buitenwereld in actie kwam, maar nu kwam de buitenwereld met claims en incasso’s.
(Naschrift Luctor: De eerste versie van dit blog staat op de site van GHP. Het is niet mijn gewoonte om op Luctorblog zakelijke blogs te plaatsen. Helaas is bovenstaand verhaal waar, en heeft het meer effect op de samenleving dan op het eerste gezicht lijkt. Niet alleen is er veel geld van aandeelhouders verdampt, maar ook personeel en crediteuren van dit bedrijf zijn de dupe. Het is een spel geweest met alleen maar verliezers. Dat is maatschappelijk relevant)
dinsdag 19 februari 2013
Overbruggen- Boskoop blijft Boskoop
Op 31 december 2013 heffen we de gemeente Boskoop op en gaan we samen met Alphen en Rijnwoude verder in de gemeente Nieuw Alphen aan den Rijn. Bezorgde burgers vragen wat er gaat veranderen. De VVD Boskoop stelt hen gerust. Er gaat niets veranderen. Boskoop blijft Boskoop.
De meeste inwoners van Boskoop kennen de gemeente gelukkig als een instituut dat op enige afstand van hen staat. Je komt bij de gemeente voor een paspoort of rijbewijs, verder heb je er geen bemoeienis mee. Dat de gemeente andere zaken zoals wijk- en groenbeheer voor ons regelt, dat de straten worden onderhouden en de verlichting brandt, dat zijn zaken die we, terecht, als vanzelfsprekend aannemen.
Boskoop maakt afspraken met de fusiepartners over die voorzieningen. Zo komt er een afdeling van wijkbeheer op het ITC en is er een stevig gesprek gaande over het onderhoud van de openbare ruimte. Er gaat geen gesprek voorbij zonder aandacht voor die kenmerkende zelfredzaamheid van de Boskoopse burgers, die het liefst hun leven leiden zonder al te veel inmenging van de overheid, maar die wel verwachten dat die overheid er op belangrijke momenten voor hen is.
Er is echter één punt waarop de nieuwe gemeente net zo weinig voor Boskoop kan betekenen als de oude gemeente en dat is, moeilijk gezegd, het bevorderen van de sociale samenhang. Samenleven doen we zelf, geen gemeente die dat kan bevorderen of ontmoedigen. Het vraagt wel actieve deelname van ons, burgers, want een gezellig dorp krijg je niet cadeau. We moeten er iets voor doen.
Gelukkig kent Boskoop een rijk verenigingsleven, waar vorig weekend De Krooshappers weer een schitterend voorbeeld van gaven. Naast de vrolijke carnavalsvierders die we in ons straatbeeld zien zijn de leden het jaar rond bezig met het doen van huisbezoeken, sociale ondersteuning en andere kleine maatschappelijke taken die niet opvallen.
Zorg voor je buren is voor onze samenleving belangrijk. We moeten daar allen aan meewerken en de overheid heeft er niets mee te maken. Fusie of niet; als wij besluiten dat we Boskoop blijven, blijven we Boskoop.
De meeste inwoners van Boskoop kennen de gemeente gelukkig als een instituut dat op enige afstand van hen staat. Je komt bij de gemeente voor een paspoort of rijbewijs, verder heb je er geen bemoeienis mee. Dat de gemeente andere zaken zoals wijk- en groenbeheer voor ons regelt, dat de straten worden onderhouden en de verlichting brandt, dat zijn zaken die we, terecht, als vanzelfsprekend aannemen.
Boskoop maakt afspraken met de fusiepartners over die voorzieningen. Zo komt er een afdeling van wijkbeheer op het ITC en is er een stevig gesprek gaande over het onderhoud van de openbare ruimte. Er gaat geen gesprek voorbij zonder aandacht voor die kenmerkende zelfredzaamheid van de Boskoopse burgers, die het liefst hun leven leiden zonder al te veel inmenging van de overheid, maar die wel verwachten dat die overheid er op belangrijke momenten voor hen is.
Er is echter één punt waarop de nieuwe gemeente net zo weinig voor Boskoop kan betekenen als de oude gemeente en dat is, moeilijk gezegd, het bevorderen van de sociale samenhang. Samenleven doen we zelf, geen gemeente die dat kan bevorderen of ontmoedigen. Het vraagt wel actieve deelname van ons, burgers, want een gezellig dorp krijg je niet cadeau. We moeten er iets voor doen.
Gelukkig kent Boskoop een rijk verenigingsleven, waar vorig weekend De Krooshappers weer een schitterend voorbeeld van gaven. Naast de vrolijke carnavalsvierders die we in ons straatbeeld zien zijn de leden het jaar rond bezig met het doen van huisbezoeken, sociale ondersteuning en andere kleine maatschappelijke taken die niet opvallen.
Zorg voor je buren is voor onze samenleving belangrijk. We moeten daar allen aan meewerken en de overheid heeft er niets mee te maken. Fusie of niet; als wij besluiten dat we Boskoop blijven, blijven we Boskoop.
woensdag 23 januari 2013
De Boskoopse huppeltrut
Als het slecht winterweer is scheiden zich de mannen van de jongens. Want als er op een zondag tien centimeter stuifsneeuw door de straten van je gemeente waait is iedereen op maandagmorgen afhankelijk van de inzet van de mannen van wijkbeheer, die om drie uur ’s nachts de weg op gaan om ons allen in de spits veilig naar school, werk of afspraak te laten reizen. Ik mocht laatst een uurtje met ze praten en in deze tijd van het jaar gaat dat natuurlijk over het weer.
Boskoop heeft drie stooiunits. Een grote, een kleine en een hele kleine, die “huppeltrut” heet, omdat het strooiwagentje er stuiterend achter hangt. De eerste twee zijn voor de doorgaande wegen, Huppeltrut is voor de fietspaden. Er wil wel eens een medewerker op het gemeentehuis vreemd opkijken als iemand in de hal vertelt dat hij “Huppeltrut op de gemeentewerf heeft gepakt” maar het is vaak eenvoudig uit te leggen dat niets onoorbaars heeft plaatsgevonden.
Ze waren laatst bij een grotere gemeente geweest, om te zien hoe die de sneeuw ruimen. Een beleidsambtenaar vertelde hen over het “strooibeleid van de gemeente” en de efficiënte inzet van onderaannemers in de gladheidsbestrijding. Het mocht wat kosten. Niet in de laatste plaats was men daar enthousiast over de relatie met het bedrijf Meteoconsult, dat sinds kort de gemeente adviseerde wanneer wel of niet te strooien.
In Boskoop hebben we geen “beleidsambtenaar gladheidsbestrijding”. De medewerkers van wijkbeheer die ons “beleid gladheidsbestrijding” organiseren hebben overigens al jaren een goede relatie met Meteoconsult. Als Meteoconsult adviseert om om zeven uur te gaan strooien starten ze om vijf uur, want “je moet de spits voor de hefbrug voor zijn”. Ze weten dat ze de ene vrachtwagen wat vaker moeten afspuiten omdat hij “zo snel roest van al dat zout”, en dat de oprit van het zorgcentrum goed moet worden aangepakt “voor die oudjes”. Dat zetten ze niet in de krant; dat doen ze gewoon.
In het kader van de fusie met Alphen aan den Rijn en Rijnwoude wordt me vaak de vraag gesteld wat ik uit Boskoop mee wil nemen in de fusie. Ik voeg daar de passie van de mannen en vrouwen van wijkbeheer aan toe. Ik gun de nieuwe gemeente van harte een eigen huppeltrut met een betrokken bestuurder, zodat onze kinderen veilig naar school kunnen fietsen. Ik gun u groenbeheerders, die net dat stapje meer zetten en namens de Kamer van Koophandel mag ik u sinds deze week zelfs de “Beste dienstverlening aan ondernemers” toewensen. Het is een groot compliment aan een kleine gemeente met een plezierig tekort aan beleidsambtenaren.
Boskoop heeft drie stooiunits. Een grote, een kleine en een hele kleine, die “huppeltrut” heet, omdat het strooiwagentje er stuiterend achter hangt. De eerste twee zijn voor de doorgaande wegen, Huppeltrut is voor de fietspaden. Er wil wel eens een medewerker op het gemeentehuis vreemd opkijken als iemand in de hal vertelt dat hij “Huppeltrut op de gemeentewerf heeft gepakt” maar het is vaak eenvoudig uit te leggen dat niets onoorbaars heeft plaatsgevonden.
Ze waren laatst bij een grotere gemeente geweest, om te zien hoe die de sneeuw ruimen. Een beleidsambtenaar vertelde hen over het “strooibeleid van de gemeente” en de efficiënte inzet van onderaannemers in de gladheidsbestrijding. Het mocht wat kosten. Niet in de laatste plaats was men daar enthousiast over de relatie met het bedrijf Meteoconsult, dat sinds kort de gemeente adviseerde wanneer wel of niet te strooien.
In Boskoop hebben we geen “beleidsambtenaar gladheidsbestrijding”. De medewerkers van wijkbeheer die ons “beleid gladheidsbestrijding” organiseren hebben overigens al jaren een goede relatie met Meteoconsult. Als Meteoconsult adviseert om om zeven uur te gaan strooien starten ze om vijf uur, want “je moet de spits voor de hefbrug voor zijn”. Ze weten dat ze de ene vrachtwagen wat vaker moeten afspuiten omdat hij “zo snel roest van al dat zout”, en dat de oprit van het zorgcentrum goed moet worden aangepakt “voor die oudjes”. Dat zetten ze niet in de krant; dat doen ze gewoon.
In het kader van de fusie met Alphen aan den Rijn en Rijnwoude wordt me vaak de vraag gesteld wat ik uit Boskoop mee wil nemen in de fusie. Ik voeg daar de passie van de mannen en vrouwen van wijkbeheer aan toe. Ik gun de nieuwe gemeente van harte een eigen huppeltrut met een betrokken bestuurder, zodat onze kinderen veilig naar school kunnen fietsen. Ik gun u groenbeheerders, die net dat stapje meer zetten en namens de Kamer van Koophandel mag ik u sinds deze week zelfs de “Beste dienstverlening aan ondernemers” toewensen. Het is een groot compliment aan een kleine gemeente met een plezierig tekort aan beleidsambtenaren.
woensdag 9 januari 2013
Overbruggen - De overheid is er voor u en niet andersom
Om ons geheugen nog even op te frissen: We zijn begonnen aan een fusie met Rijnwoude en Alphen omdat we vinden dat een grotere gemeente zichzelf beter kan besturen dan een kleine. De samenvoeging van de sociale diensten van de drie gemeenten moet komend jaar aantonen dat de dienstverlening aan de burger nòg beter kan. Dat heeft een aantal voordelen: Zo kunnen de medewerkers van het werkplein zich specialiseren, waardoor de burger sneller en beter wordt geholpen. Er is rechtstreeks toegang tot een veel groter bestand met werk, opleiding of (voor mensen die dat echt nodig hebben) maatschappelijke ondersteuning.
Naast de voordelen van de fusie is de VVD Boskoop ook erg alert op de nadelen ervan. Onze organisatie met tachtig collega’s gaat op in een organisatie met tien maal zoveel mensen. Binnen grotere ambtelijke organisaties ligt het gevaar op de loer dat de organisatie zijn eigen werk gaat “bedenken”, in plaats van uitvoering te geven aan de besluiten van gemeenteraad of parlement. De VVD houdt dat proces goed in de gaten, want we weten dat een grotere overheid niet altijd een efficiëntere overheid wordt. De volksvertegenwoordigers vertegenwoordigen het volk; de uitvoeringsorganisatie voert uit.
In een grotere gemeente gaan maatschappelijk organisaties en uitvoeringsorganen een grotere rol spelen. Voordat je het weet wordt er hard gewerkt aan “leuke” dingen voor een kleine groep waar de rest van de gemeente de kosten voor betaalt. De VVD Boskoop kijkt ook daar kritisch naar. We zien dat er verschillen zijn tussen de taken die de drie gemeenten tot hun werkterrein rekenen. Zo besteedt Boskoop per jaar tienduizend euro aan ondersteuning van het muziekleven en geeft Alphen alleen al de muziekschool een subsidie van anderhalf miljoen. We laten de vraag of Boskoop te weinig of Alphen teveel uitgeeft nu nog in het midden. We kunnen het niet overzien en de Boskoopse raad gaat er niet over.
De nieuwe gemeenteraad gaat er wèl over. Zij moeten het nieuwe beleid gaan maken. In november mag u die nieuwe gemeenteraad gaan kiezen. De VVD wil daar graag sterk vertegenwoordigd zijn, want wat de VVD Boskoop betreft is het beter dat u zelf bepaalt waar u uw geld aan uitgeeft , dan dat uw overheid dat doet. We werken, samen met onze VVD-collega’s uit de ABR-gemeenten, aan een verkiezingsprogramma waarin we heldere keuzes maken over de rol van de overheid.
De fractie van de VVD Boskoop wenst u, op alle terreinen, een gezond en voorspoedig 2013!
Naast de voordelen van de fusie is de VVD Boskoop ook erg alert op de nadelen ervan. Onze organisatie met tachtig collega’s gaat op in een organisatie met tien maal zoveel mensen. Binnen grotere ambtelijke organisaties ligt het gevaar op de loer dat de organisatie zijn eigen werk gaat “bedenken”, in plaats van uitvoering te geven aan de besluiten van gemeenteraad of parlement. De VVD houdt dat proces goed in de gaten, want we weten dat een grotere overheid niet altijd een efficiëntere overheid wordt. De volksvertegenwoordigers vertegenwoordigen het volk; de uitvoeringsorganisatie voert uit.
In een grotere gemeente gaan maatschappelijk organisaties en uitvoeringsorganen een grotere rol spelen. Voordat je het weet wordt er hard gewerkt aan “leuke” dingen voor een kleine groep waar de rest van de gemeente de kosten voor betaalt. De VVD Boskoop kijkt ook daar kritisch naar. We zien dat er verschillen zijn tussen de taken die de drie gemeenten tot hun werkterrein rekenen. Zo besteedt Boskoop per jaar tienduizend euro aan ondersteuning van het muziekleven en geeft Alphen alleen al de muziekschool een subsidie van anderhalf miljoen. We laten de vraag of Boskoop te weinig of Alphen teveel uitgeeft nu nog in het midden. We kunnen het niet overzien en de Boskoopse raad gaat er niet over.
De nieuwe gemeenteraad gaat er wèl over. Zij moeten het nieuwe beleid gaan maken. In november mag u die nieuwe gemeenteraad gaan kiezen. De VVD wil daar graag sterk vertegenwoordigd zijn, want wat de VVD Boskoop betreft is het beter dat u zelf bepaalt waar u uw geld aan uitgeeft , dan dat uw overheid dat doet. We werken, samen met onze VVD-collega’s uit de ABR-gemeenten, aan een verkiezingsprogramma waarin we heldere keuzes maken over de rol van de overheid.
De fractie van de VVD Boskoop wenst u, op alle terreinen, een gezond en voorspoedig 2013!
donderdag 6 december 2012
Onkruid vergaat niet
Een combinatiefunctionaris is een ambtenaar die dingen doet die eigenlijk door scholen, ouders en verenigingen moeten worden gedaan. Een combinatiefunctionaris is het onkruid dat je op ziet bloeien op de resten van ontbindende samenlevingen. Op plaatsen waar de mensen zelf niet meer het cement van de samenleving zijn bloeit de combinatiefunctionaris tierig. In oude wijken van grote gemeentes doen ze goed werk. Als burgers elkaar niet meer aankijken en niet meer voor hun buren zorgen ziet dit woekerende onkruid er uit als een vrolijk bloemetje op de puinhopen. Maar het gaat verder, want het schiet ook wortel in de zelfredzame Boskoopse samenleving. Om zich te nestelen op plaatsen waar hij eigenlijk niet thuishoort volgt de combinatiefunctionaris een uitgekiende guerrillatactiek.
Het begon in de vorige raadsperiode, toen een onoplettende wethouder zich “gratis” een tweetal combinatiefunctionarissen in de maag liet splitsen. Als rechtgeaarde Hollander spitste hij zijn oren bij dat toverwoord. “Gratis” personeel, wat wil je nog meer? Niet alle wethouders zijn scherp. “Gratis” medewerkers worden wel betaald door een andere overheid, maar dat, omdat alle overheden door ons worden betaald, de kosten uiteindelijk weer bij de belastingbetaler uitkomen. Dus met enig gemor ging de raad akkoord met een pilotproject, waarbij de opdracht aan de combinatiefunctionaris was om te onderzoeken of zijn bestaan wel nut had. Dat de combinatiefunctionarissen gestuurd werden door het Alphense Sportspectrum (dat is één van de twee geldverslindende Alphense uitvoeringsorganen) was de raad toen waarschijnlijk nog niet duidelijk.
Inmiddels zijn we een jaartje verder en is het tijd voor een evaluatie. Iedereen loopt weg met de combinatiefunctionaris! De scholen zijn zo blij dat hij klussen doet die ze eigenlijk zelf zouden moeten doen dat ze zich nu al afvragen hoe het onderwijs de afgelopen 2000 jaar zonder kon. Ook de verenigingen jubelen, want die gratis werknemer bezorgt ze gratis leden! Dat ze voor 120.000 euro per jaar 80 kinderen begeleiden naar een sportvereniging is voor hen geen issue. Het is immers hun geld niet. Dappere gemeenteraad die zich tegen zoveel enthousiasme te weer stelt.
De kritische vragen van de gemeenteraad over wie straks de kosten gaat betalen als de combinatiefunctionaris niet meer ‘gratis” is worden door het college vakkundig ontweken. “Het is nu nog niet het moment om ons dat af te vragen, dat doen we over een jaar” Natuurlijk doet u dat pas over een jaar! U hoopt erop in dat jaar inmiddels zoveel goodwill voor uw werkgelegenheidsproject voor werkloze jeugdwerkers te hebben gekweekt dat de raad niet anders zal besluiten en dat de samenleving voor de kosten opdraait.
Naast de vraag of het rechtvaardig is om 16000 Boskopers te laten betalen voor de gymles van 80 kinderen speelt de meer fundamentele vraag welke samenleving je voor ogen hebt. De Amerikaanse president Ronald Reagan zette het scherp neer toe hij vertelde wat hij de meest angstaanjagende zin in zijn taal vond: “Ik ben van de overheid en ik ben er om u te helpen!” De immer groeiende behoefte van overheden om zich steeds vaker en meer te bemoeien met de keuzes van de burger moet door krachtige gemeenteraden worden geremd. Gemeenteraden die durven verder te kijken dan de sympathieke, enthousiaste blikken van betrokkenen, maar zich de vraag stellen wie waar voor verantwoordelijk is en mensen op hun verantwoordelijkheid aan spreken.
Het begon in de vorige raadsperiode, toen een onoplettende wethouder zich “gratis” een tweetal combinatiefunctionarissen in de maag liet splitsen. Als rechtgeaarde Hollander spitste hij zijn oren bij dat toverwoord. “Gratis” personeel, wat wil je nog meer? Niet alle wethouders zijn scherp. “Gratis” medewerkers worden wel betaald door een andere overheid, maar dat, omdat alle overheden door ons worden betaald, de kosten uiteindelijk weer bij de belastingbetaler uitkomen. Dus met enig gemor ging de raad akkoord met een pilotproject, waarbij de opdracht aan de combinatiefunctionaris was om te onderzoeken of zijn bestaan wel nut had. Dat de combinatiefunctionarissen gestuurd werden door het Alphense Sportspectrum (dat is één van de twee geldverslindende Alphense uitvoeringsorganen) was de raad toen waarschijnlijk nog niet duidelijk.
Inmiddels zijn we een jaartje verder en is het tijd voor een evaluatie. Iedereen loopt weg met de combinatiefunctionaris! De scholen zijn zo blij dat hij klussen doet die ze eigenlijk zelf zouden moeten doen dat ze zich nu al afvragen hoe het onderwijs de afgelopen 2000 jaar zonder kon. Ook de verenigingen jubelen, want die gratis werknemer bezorgt ze gratis leden! Dat ze voor 120.000 euro per jaar 80 kinderen begeleiden naar een sportvereniging is voor hen geen issue. Het is immers hun geld niet. Dappere gemeenteraad die zich tegen zoveel enthousiasme te weer stelt.
De kritische vragen van de gemeenteraad over wie straks de kosten gaat betalen als de combinatiefunctionaris niet meer ‘gratis” is worden door het college vakkundig ontweken. “Het is nu nog niet het moment om ons dat af te vragen, dat doen we over een jaar” Natuurlijk doet u dat pas over een jaar! U hoopt erop in dat jaar inmiddels zoveel goodwill voor uw werkgelegenheidsproject voor werkloze jeugdwerkers te hebben gekweekt dat de raad niet anders zal besluiten en dat de samenleving voor de kosten opdraait.
Naast de vraag of het rechtvaardig is om 16000 Boskopers te laten betalen voor de gymles van 80 kinderen speelt de meer fundamentele vraag welke samenleving je voor ogen hebt. De Amerikaanse president Ronald Reagan zette het scherp neer toe hij vertelde wat hij de meest angstaanjagende zin in zijn taal vond: “Ik ben van de overheid en ik ben er om u te helpen!” De immer groeiende behoefte van overheden om zich steeds vaker en meer te bemoeien met de keuzes van de burger moet door krachtige gemeenteraden worden geremd. Gemeenteraden die durven verder te kijken dan de sympathieke, enthousiaste blikken van betrokkenen, maar zich de vraag stellen wie waar voor verantwoordelijk is en mensen op hun verantwoordelijkheid aan spreken.
woensdag 28 november 2012
Overbruggen - Een tientje per gezin
We krijgen bij de gemeentelijke fusie nu eindelijk de Boskoopse wind er onder. Regeren gaat in tijden van crisis vooral over zuinig zijn. Zuinig besturen is in Boskoop al vijftien jaar geleden uitgevonden en onze fusiepartners maken inmiddels royaal gebruik van onze kennis en kunde op dat terrein. Het is dan ook vreemd dat dit jaar Boskoop de belasting verhoogt en cadeautjes gaat uitdelen.
Onze buren doen het beter. Alphen heeft een sluitende begroting en houdt de lasten voor de burgers gelijk. De Boskoopse VVD-fractie is verbaasd dat gidsgemeente Boskoop de begroting sluit met een belastingverhoging. Het gaat slechts om een tientje per gezin per jaar, maar dan toch.
De VVD heeft nog geprobeerd om die lastenverzwaring tegen te houden, maar de meerderheid van de raad koos ervoor het toch te doen. We sturen het college er niet om naar huis, want met dat tientje per gezin leveren we Boskoop netjes af in de fusie, terwijl aan de andere kant van de N11 nog een jaar lang hard moet worden gewerkt om dat te bereiken. Dat is ook iets waard.
Door die lastenverzwaring valt het voorstel van de raadscommissie “Boskoop Ent” om de Boskopers iets “leuks” na te laten bij mij verkeerd. Cadeautjes uitdelen is altijd leuk, maar wie eerst de belasting een tientje verhoogt om daarna een cadeau van een tientje te geven, geeft een sigaar uit eigen doos. Daarnaast vraagt de fractie van de VVD zich af of de uitgifte van een “Compact Disk” (dat is een geluiddrager uit de vorige eeuw)wel aansluit bij de behoefte van de Boskopers. De gemeenteraad van Alphen besloot geen ijsbaanexploitant te zijn; Boskoop hoeft van de VVD geen platenbaas te worden.
Er zit veel muziek in de Boskoopse samenleving. De grondgedachte van de commissie Boskoop Ent is goed. Dat is te combineren tot een beter voorstel. Het hoeft niet alleen popmuziek te zijn, maar kan ook best andere Boskoopse geluiden laten horen. Het kan aansluiting zoeken bij evenementen als ‘Flora Live!”, die in het Flora Theater worden georganiseerd en waar veel Boskopers enthousiast aan deelnemen, zonder dat er gemeenschapsgeld aan wordt besteed.
Volgens de VVD kunt u prima zelf bepalen welke geluiddrager u opzet om uw favoriete muziek te horen. De overheid geeft uw geld slechts uit voor zaken die in het algemeen belang zijn en die u zelf niet kunt regelen. Met die inzet zullen we in de volgende raadsvergadering de raad proberen te overtuigen dat we waardig afscheid van Boskoop nemen, met op de achtergrond de tonen van het boskoopse volkslied.
Onze buren doen het beter. Alphen heeft een sluitende begroting en houdt de lasten voor de burgers gelijk. De Boskoopse VVD-fractie is verbaasd dat gidsgemeente Boskoop de begroting sluit met een belastingverhoging. Het gaat slechts om een tientje per gezin per jaar, maar dan toch.
De VVD heeft nog geprobeerd om die lastenverzwaring tegen te houden, maar de meerderheid van de raad koos ervoor het toch te doen. We sturen het college er niet om naar huis, want met dat tientje per gezin leveren we Boskoop netjes af in de fusie, terwijl aan de andere kant van de N11 nog een jaar lang hard moet worden gewerkt om dat te bereiken. Dat is ook iets waard.
Door die lastenverzwaring valt het voorstel van de raadscommissie “Boskoop Ent” om de Boskopers iets “leuks” na te laten bij mij verkeerd. Cadeautjes uitdelen is altijd leuk, maar wie eerst de belasting een tientje verhoogt om daarna een cadeau van een tientje te geven, geeft een sigaar uit eigen doos. Daarnaast vraagt de fractie van de VVD zich af of de uitgifte van een “Compact Disk” (dat is een geluiddrager uit de vorige eeuw)wel aansluit bij de behoefte van de Boskopers. De gemeenteraad van Alphen besloot geen ijsbaanexploitant te zijn; Boskoop hoeft van de VVD geen platenbaas te worden.
Er zit veel muziek in de Boskoopse samenleving. De grondgedachte van de commissie Boskoop Ent is goed. Dat is te combineren tot een beter voorstel. Het hoeft niet alleen popmuziek te zijn, maar kan ook best andere Boskoopse geluiden laten horen. Het kan aansluiting zoeken bij evenementen als ‘Flora Live!”, die in het Flora Theater worden georganiseerd en waar veel Boskopers enthousiast aan deelnemen, zonder dat er gemeenschapsgeld aan wordt besteed.
Volgens de VVD kunt u prima zelf bepalen welke geluiddrager u opzet om uw favoriete muziek te horen. De overheid geeft uw geld slechts uit voor zaken die in het algemeen belang zijn en die u zelf niet kunt regelen. Met die inzet zullen we in de volgende raadsvergadering de raad proberen te overtuigen dat we waardig afscheid van Boskoop nemen, met op de achtergrond de tonen van het boskoopse volkslied.
maandag 26 november 2012
Toespraak over de hoofden van Brussel
De meest liberale oplossing voor veel uitdagingen waar onze maatschappij voor staat is een zo snel mogelijke federalisering van Europa. Het verbaast me dan ook zeer dat veel, zich liberaal noemende, opiniemakers zich zo sterk afzetten tegen de gedachte dat de staat der Nederlanden bevoegdheden aan Europa overdraagt. Wat mij betreft zoveel mogelijk, en zo snel mogelijk.
De denkfout die veel toeschouwers van dit Griekse theater maken is dat de oorzaak van alle problemen die we nu hebben worden veroorzaakt door de Europese unie. Niets is minder waar: Alle problemen die we nu ervaren worden veroorzaakt door de leiders van onze natiestaten. De constructie van de EU waar de leiders in Maastricht voor kozen was een ratjetoe van achterlijk provincialisme, nationalisme en de angst voor de behoudende kiezers in het land van herkomst.
De Luxemburgse premier Juncker verwoordde het in één zin: “Ik heb in één dag een perfecte Europese unie op papier gezet, alles wat ik mis is 28 dappere regeringsleiders.” Hij slaat daarmee de spijker op zijn kop. De Europese regeringsleiders buitelen over elkaar heen in hun lokale onbenul en gebrek aan een duurzame visie op onze samenleving. Elke tweedejaarsstudent economie leert dat het avondland in de toekomst vermorzeld gaat worden tussen de opkomende economieën, maar Mark Rutte, Francois Hollande, David Cameron, etc. verkeren nog in de ontkennende fase en poneren op steeds hogere toon hun gebrek aan visie.
De oplossing voor dit nationale probleem (we hebben inmiddels vastgesteld dat Europa zelf het probleem niet is) klinkt eenvoudiger dan het is: Wanneer in de meerderheid van alle Europese landen visionaire regeringsleiders worden benoemd gaan we de goede kant op. Mensen die bereid zijn de kleinburgerlijkheid van hun achterban te negeren en op te trekken naar die mooie toekomst. Ter voorbereiding op die fase stel ik voor dat we een Europees strafhof voor disfunctionerende regeringen instellen, zodat de ergste wantoestanden in Griekenland, Italië en binnenkort Frankrijk publiekelijk aan de kaak kunnen worden gesteld. Een goede regering leeft in constante angst voor de rechtstaat, dus dat schept vast een kader.
Wanneer we die dappere regeringsleiders benoemd hebben (Beschouw dit ook maar als een oproep aan de zittende leiders om eens leiderschap te tonen) wordt hun eerste taak om een Europese bank in te stellen die de begrotingen van de landen rigoureus mag afkeuren. Het tweede wat ze moeten doen is het Europarlement met normale parlementaire bevoegdheden uit rusten, in plaats van het excuusgezelschap wat het nu is. Vervolgens stoppen ze het zinloos rondpompen van geld en daarna leveren ze Europa af bij de burgers om de eerste vrije Europese verkiezingen te organiseren. Wij kiezen dan een parlement dat een regering kiest en die regering houdt zich bezig met alle dingen waarvan het buitenland niet snapt dat dat niet allang collectief geregeld is. Denk daarbij aan defensie en buitenlands beleid.
Er is zelfs een bonus voor liberalen: In dat federale Europa komen we weer iets dichter in de buurt van de liberale staat. Een samenleving met een kleine overheid die zich zo min mogelijk bemoeit met de burger. Een samenleving die zich onderscheid door een duidelijke focus op de competenties per regio, zonder bang te zijn voor de buren.
Staan de staten in een federaal Europa soevereiniteit af? Natuurlijk, en dat is maar goed ook. Het voorkomt dat nationale overheden een potje van hun begroting maken. In de huidige situatie hebben burgers uit Nederland geen enkele invloed op het wanbeleid in andere Euro-landen. In een federale staat kies je het parlement dat de waakhond benoemd.
Dus kom op, Mark, François en anderen! Stap over jezelf heen en bereid de toekomst van Europa voor! Bijkomend voordeel is dat jullie niet meer hoeven te liegen over het Griekse geld (dat we toch nooit meer terug zien) of misplaatst stoer met getrokken pistool naar Brussel op te trekken. Een federaal Europa geeft jullie de kans om eindelijk eens echt iets voor je burgers te betekenen!
De denkfout die veel toeschouwers van dit Griekse theater maken is dat de oorzaak van alle problemen die we nu hebben worden veroorzaakt door de Europese unie. Niets is minder waar: Alle problemen die we nu ervaren worden veroorzaakt door de leiders van onze natiestaten. De constructie van de EU waar de leiders in Maastricht voor kozen was een ratjetoe van achterlijk provincialisme, nationalisme en de angst voor de behoudende kiezers in het land van herkomst.
De Luxemburgse premier Juncker verwoordde het in één zin: “Ik heb in één dag een perfecte Europese unie op papier gezet, alles wat ik mis is 28 dappere regeringsleiders.” Hij slaat daarmee de spijker op zijn kop. De Europese regeringsleiders buitelen over elkaar heen in hun lokale onbenul en gebrek aan een duurzame visie op onze samenleving. Elke tweedejaarsstudent economie leert dat het avondland in de toekomst vermorzeld gaat worden tussen de opkomende economieën, maar Mark Rutte, Francois Hollande, David Cameron, etc. verkeren nog in de ontkennende fase en poneren op steeds hogere toon hun gebrek aan visie.
De oplossing voor dit nationale probleem (we hebben inmiddels vastgesteld dat Europa zelf het probleem niet is) klinkt eenvoudiger dan het is: Wanneer in de meerderheid van alle Europese landen visionaire regeringsleiders worden benoemd gaan we de goede kant op. Mensen die bereid zijn de kleinburgerlijkheid van hun achterban te negeren en op te trekken naar die mooie toekomst. Ter voorbereiding op die fase stel ik voor dat we een Europees strafhof voor disfunctionerende regeringen instellen, zodat de ergste wantoestanden in Griekenland, Italië en binnenkort Frankrijk publiekelijk aan de kaak kunnen worden gesteld. Een goede regering leeft in constante angst voor de rechtstaat, dus dat schept vast een kader.
Wanneer we die dappere regeringsleiders benoemd hebben (Beschouw dit ook maar als een oproep aan de zittende leiders om eens leiderschap te tonen) wordt hun eerste taak om een Europese bank in te stellen die de begrotingen van de landen rigoureus mag afkeuren. Het tweede wat ze moeten doen is het Europarlement met normale parlementaire bevoegdheden uit rusten, in plaats van het excuusgezelschap wat het nu is. Vervolgens stoppen ze het zinloos rondpompen van geld en daarna leveren ze Europa af bij de burgers om de eerste vrije Europese verkiezingen te organiseren. Wij kiezen dan een parlement dat een regering kiest en die regering houdt zich bezig met alle dingen waarvan het buitenland niet snapt dat dat niet allang collectief geregeld is. Denk daarbij aan defensie en buitenlands beleid.
Er is zelfs een bonus voor liberalen: In dat federale Europa komen we weer iets dichter in de buurt van de liberale staat. Een samenleving met een kleine overheid die zich zo min mogelijk bemoeit met de burger. Een samenleving die zich onderscheid door een duidelijke focus op de competenties per regio, zonder bang te zijn voor de buren.
Staan de staten in een federaal Europa soevereiniteit af? Natuurlijk, en dat is maar goed ook. Het voorkomt dat nationale overheden een potje van hun begroting maken. In de huidige situatie hebben burgers uit Nederland geen enkele invloed op het wanbeleid in andere Euro-landen. In een federale staat kies je het parlement dat de waakhond benoemd.
Dus kom op, Mark, François en anderen! Stap over jezelf heen en bereid de toekomst van Europa voor! Bijkomend voordeel is dat jullie niet meer hoeven te liegen over het Griekse geld (dat we toch nooit meer terug zien) of misplaatst stoer met getrokken pistool naar Brussel op te trekken. Een federaal Europa geeft jullie de kans om eindelijk eens echt iets voor je burgers te betekenen!
zaterdag 24 november 2012
Stedelijk museum naar Alphen
Carolien Gehrels mag wat mij betreft achter het veel te dure behang van het stedelijk museum worden geplakt. Wederom bevestigt een socialistische wethouder het beeld dat het doordrammen van maakbaarheidsidealen een linkse hobby is. Ik ben niet kinderachtig. Ik kan begrijpen dat de verbouwing van het Stedelijk ruim twee keer meer kost dan begroot, want in Amsterdam blijft niets binnen het beschikbare budget. Wat me niet aanstaat aan de houding van de wethouder is dat ze geen enkele keer het woord “sorry” over haar lippen kreeg.
"Sorry voor de grote inschattingsfout die dit bestuur 15 jaar geleden maakte en waardoor de stad nu met een veel te duur museum zit.” De rekening ligt bij de Amsterdammers en de verbouwing gaat de geschiedenisboekjes in als het zoveelste voorbeeld dat “goed omgaan met geld van een ander” niet in het competentieprofiel van de gemiddelde wethouder past. Hoe de gemeente 125 miljoen euro heeft kunnen opmaken aan een nieuwe entree (want in de nieuwbouw hangt bijna geen schilderij.) is alleszins verbijsterend. Voor dat geld bouwen we in Alphen aan den Rijn anderhalf gemeentehuis; in Amsterdam komen ze niet verder dan een roltrappenhuis dat aan de voorgevel van het oude gebouw is gehangen.
Ook in Alphen heeft het bestuur moeite met “sorry” zeggen over een ambitieus project waar straks ook anderhalf gemeentehuis op wordt afgeschreven. De nieuwe plannen voor de Lage Zijde zijn een dappere poging om te redden wat er te redden is. Naast alle vragen waar nog antwoord op moet komen is het in elk geval de minst verliesgevende manier om Alphen voor een terugval in de donkere middeleeuwen te behoeden. Het Thorbeckeplein lijkt inmiddels meer op het Tahirplein dan op een ordentelijk winkelgebied.
Gelukkig heb ik over de financieringsconstructie niets te zeggen. Dat ik me afvraag of de Alphense samenleving behoefte heeft aan uw cultuurhuis en een parkeergarage is evenmin van belang, maar àls je er voor kiest om het gebied te ontwikkelen en àls je uw cultuurhuis wilt bouwen lijkt het nieuwe plan een nette manier om de kosten voor de samenleving zoveel mogelijk te beperken. Het is niet het beste plan, maar waarschijnlijk het minst slechte.
Er ontbreekt nog één ding: Een welgemeend excuus aan de belastingbetaler voor de wijze waarop dit besluit tot stand kwam. Daarmee ontlast u uw opvolgers. De volgende generatie bestuurders kan gewoon zeggen dat ùw college zo dapper was om de verantwoordelijkheid te nemen voor de fouten van hun voorgangers en de tering naar de nering zetten. Ik nodig het college van Alphen uit om ruiterlijk toe te geven dat het proces geen schoonheidsprijs verdient en er inmiddels veel gemeenschapsgeld is verdampt. Als u daarnaast ook besluit dat uw cultuurhuis niet wordt ontworpen door Mels Crouwel voorkomt u dat, na de badkuip voor Amsterdam, Alphen een koude douche krijgt voor een ongelukkig raadsbesluit van jaren geleden.
"Sorry voor de grote inschattingsfout die dit bestuur 15 jaar geleden maakte en waardoor de stad nu met een veel te duur museum zit.” De rekening ligt bij de Amsterdammers en de verbouwing gaat de geschiedenisboekjes in als het zoveelste voorbeeld dat “goed omgaan met geld van een ander” niet in het competentieprofiel van de gemiddelde wethouder past. Hoe de gemeente 125 miljoen euro heeft kunnen opmaken aan een nieuwe entree (want in de nieuwbouw hangt bijna geen schilderij.) is alleszins verbijsterend. Voor dat geld bouwen we in Alphen aan den Rijn anderhalf gemeentehuis; in Amsterdam komen ze niet verder dan een roltrappenhuis dat aan de voorgevel van het oude gebouw is gehangen.
Ook in Alphen heeft het bestuur moeite met “sorry” zeggen over een ambitieus project waar straks ook anderhalf gemeentehuis op wordt afgeschreven. De nieuwe plannen voor de Lage Zijde zijn een dappere poging om te redden wat er te redden is. Naast alle vragen waar nog antwoord op moet komen is het in elk geval de minst verliesgevende manier om Alphen voor een terugval in de donkere middeleeuwen te behoeden. Het Thorbeckeplein lijkt inmiddels meer op het Tahirplein dan op een ordentelijk winkelgebied.
Gelukkig heb ik over de financieringsconstructie niets te zeggen. Dat ik me afvraag of de Alphense samenleving behoefte heeft aan uw cultuurhuis en een parkeergarage is evenmin van belang, maar àls je er voor kiest om het gebied te ontwikkelen en àls je uw cultuurhuis wilt bouwen lijkt het nieuwe plan een nette manier om de kosten voor de samenleving zoveel mogelijk te beperken. Het is niet het beste plan, maar waarschijnlijk het minst slechte.
Er ontbreekt nog één ding: Een welgemeend excuus aan de belastingbetaler voor de wijze waarop dit besluit tot stand kwam. Daarmee ontlast u uw opvolgers. De volgende generatie bestuurders kan gewoon zeggen dat ùw college zo dapper was om de verantwoordelijkheid te nemen voor de fouten van hun voorgangers en de tering naar de nering zetten. Ik nodig het college van Alphen uit om ruiterlijk toe te geven dat het proces geen schoonheidsprijs verdient en er inmiddels veel gemeenschapsgeld is verdampt. Als u daarnaast ook besluit dat uw cultuurhuis niet wordt ontworpen door Mels Crouwel voorkomt u dat, na de badkuip voor Amsterdam, Alphen een koude douche krijgt voor een ongelukkig raadsbesluit van jaren geleden.
woensdag 21 november 2012
Meedoen en vertrouwen
Vertrouwen komt te voet en gaat te paard, zeker in de politiek. Kennelijk is het beschamen van vertrouwen zo erg ingrijpend dat we daar heftig op reageren. Vertrouwen kent dan ook een groot aantal verschijningsvormen: Je kunt erop vertrouwen dat iemand het zo goed regelt dat je er geen last van hebt, je kunt erop vertrouwen dat je wordt betrokken en er zijn zelfs mensen waarbij je er op kunt vertrouwen dat ze je vertrouwen gaan beschamen.
Daarnaast bieden resultaten uit het verleden bij vertrouwen wèl garanties voor de toekomst. Zelfs als wat krom is weer wordt rechtgepraat of met de mantel der besturende liefde wordt bedekt blijft er altijd een onaangenaam gevoel hangen. Ook valt op dat bestuurders en politici die weleens een kunststukje hebben uitgehaald waar de samenleving niet beter van werd elkaar gijzelen in een verstikkende omarming. Ze zijn medeplichtig geworden en kunnen elkaar niet meer loslaten.
Gezond wantrouwen in machthebbers is een bekend liberaal uitgangspunt. De samenleving heeft wel behoefte aan enige ordening, maar graag zo weinig mogelijk en het liefst door een niet machtsbeluste overheid. Om die overheid te controleren kiezen we volksvertegenwoordigers. Liberalen worstelen dan nog wel met de vraag hoe het komt dat maar al te vaak deze controlerende instanties zich zó aangetrokken voelen tot macht dat ze plaatsvervangend voor die macht optreden.
Er zijn politiek partijen die dat proberen op te lossen door maximale termijnen te stellen aan vertegenwoordigende functies. Hoe goed bedoeld ook; daar kom je niet mee weg. De belangstelling voor (lokale) politiek is zo gering dat de meeste partijen al blij zijn dat er überhaupt iemand een baantje als raadslid of wethouder willen aannemen. En als ze er eenmaal zitten: Er zijn gevallen bekend van raadsleden en bestuurders die zo aan het pluche gehecht zijn dat ze er niet voor schromen om van kiesvereniging te wisselen om hun pluche te waarborgen.
Dat probleem van die zetelklevende bestuurders en parlementariërs wordt vanzelf opgelost als kiezers in beweging komen en zich aansluiten bij een politieke partij. Kiesverenigingen waarbinnen goed wordt gedebatteerd over de praktische vertaling van hun principes bieden een goede voedingsbodem voor talent.
Eind 2013 en begin 2014 zijn er weer gemeenteraadsverkiezingen. De politieke partijen gaan nu hun programma’s maken en talenten scouten. Doe uw samenleving een plezier: Sluit u aan bij de kiesvereniging naar uw keuze en denk mee over dat verkiezingsprogramma. Misschien kunt u zelfs wat tijd missen om uw kennis en kunde in te zetten in een vertegenwoordigende functie, want meedoen is inderdaad net zo belangrijk als winnen.
Daarnaast bieden resultaten uit het verleden bij vertrouwen wèl garanties voor de toekomst. Zelfs als wat krom is weer wordt rechtgepraat of met de mantel der besturende liefde wordt bedekt blijft er altijd een onaangenaam gevoel hangen. Ook valt op dat bestuurders en politici die weleens een kunststukje hebben uitgehaald waar de samenleving niet beter van werd elkaar gijzelen in een verstikkende omarming. Ze zijn medeplichtig geworden en kunnen elkaar niet meer loslaten.
Gezond wantrouwen in machthebbers is een bekend liberaal uitgangspunt. De samenleving heeft wel behoefte aan enige ordening, maar graag zo weinig mogelijk en het liefst door een niet machtsbeluste overheid. Om die overheid te controleren kiezen we volksvertegenwoordigers. Liberalen worstelen dan nog wel met de vraag hoe het komt dat maar al te vaak deze controlerende instanties zich zó aangetrokken voelen tot macht dat ze plaatsvervangend voor die macht optreden.
Er zijn politiek partijen die dat proberen op te lossen door maximale termijnen te stellen aan vertegenwoordigende functies. Hoe goed bedoeld ook; daar kom je niet mee weg. De belangstelling voor (lokale) politiek is zo gering dat de meeste partijen al blij zijn dat er überhaupt iemand een baantje als raadslid of wethouder willen aannemen. En als ze er eenmaal zitten: Er zijn gevallen bekend van raadsleden en bestuurders die zo aan het pluche gehecht zijn dat ze er niet voor schromen om van kiesvereniging te wisselen om hun pluche te waarborgen.
Dat probleem van die zetelklevende bestuurders en parlementariërs wordt vanzelf opgelost als kiezers in beweging komen en zich aansluiten bij een politieke partij. Kiesverenigingen waarbinnen goed wordt gedebatteerd over de praktische vertaling van hun principes bieden een goede voedingsbodem voor talent.
Eind 2013 en begin 2014 zijn er weer gemeenteraadsverkiezingen. De politieke partijen gaan nu hun programma’s maken en talenten scouten. Doe uw samenleving een plezier: Sluit u aan bij de kiesvereniging naar uw keuze en denk mee over dat verkiezingsprogramma. Misschien kunt u zelfs wat tijd missen om uw kennis en kunde in te zetten in een vertegenwoordigende functie, want meedoen is inderdaad net zo belangrijk als winnen.
zaterdag 10 november 2012
Alphen aan den Rijn gaat de goede kant op
De werktitel van deze column was: “De bewoners van Alphen aan den Rijn komen langzaam los van het gemeenteinfuus”, maar laat ik eens kiezen voor een aardige introductie. We hebben tenslotte besloten elkaar opbouwende feedback te geven dus begin ik met een compliment.
De Alphense gemeenteraad pakt de noodzakelijke bezuinigingen aan om een aantal maatregelen te nemen. Raadsleden die zeggen dat Alphen van groeigemeente in een beheergemeente verandert slaan de spijker op zijn kop. De gemeentebelastingen gaan wel omhoog, maar de raad heeft besloten om de begroting in 2014 op orde te hebben. Daarbij kiest ze er voor om de rekening niet bij de burger neer te leggen, maar te snijden in de gemeentelijke organisatie en de kaasschaaf over de subsidies te halen.
De Alphense samenleving lag de afgelopen decennia aan het overheidsinfuus. Veel wat in het dorp werd georganiseerd kreeg een royale subsidie met bijbehorende overheidsbemoeienis. Daardoor werd de vraag of er wel behoefte was aan een initiatief verdrongen door een overstelpend aanbod aan “leuke ideetjes”. Boze tongen beweren dat een “vriendje op het stadhuis” voldoende was om het volgende feestje te organiseren. Uitvoeringsorganen werden een doel op zichzelf en trokken steeds meer taken naar zich toe. Ze namen een steeds grotere hap uit de ruif die met geld van de Alphense burgers gevuld wordt. Sind vorig jaar stopt de gemeente er minder in. Het dwingt allen tot een gezonde heroriëntatie.
Er zijn in onze nieuwe gemeente al een aantal goede voorbeelden. Wie wil zien hoe je je met weinig overheidsbemoeienis staande houdt moet eens gaan kijken bij de Stichting Max. U kunt ook langs bij het Boskoopse en Rijnwoudse verenigingsleven. Wie ziet hoe in Boskoop zonder een cent subsidie jaarlijks een Luilaktoernooi met 1500 deelnemers en 5000 toeschouwers wordt georganiseerd, wordt enthousiast van de kracht van het eigen initiatief van burgers. En dat zonder dat er één jongerenwerker, combinatiefunctionaris of buurtregisseur zichzelf belangrijk komt maken.
Het opent perspectieven voor de nieuwe gemeente, want nu de Alphense samenleving los komt van het overheidsinfuus gloort er een gezonde toekomst waarin de overheid burgers faciliteert in plaats van betuttelt: Een gemeente waar ondernemers die een ijsbaan willen dat gewoon zelf betalen en waar projectontwikkelaars met privaat kapitaal winkelcentra neerzetten is veel gezonder dan een gemeente waar alle burgers noodgedwongen meebetalen aan leuke dingen voor een selecte groep.
De Alphense gemeenteraad pakt de noodzakelijke bezuinigingen aan om een aantal maatregelen te nemen. Raadsleden die zeggen dat Alphen van groeigemeente in een beheergemeente verandert slaan de spijker op zijn kop. De gemeentebelastingen gaan wel omhoog, maar de raad heeft besloten om de begroting in 2014 op orde te hebben. Daarbij kiest ze er voor om de rekening niet bij de burger neer te leggen, maar te snijden in de gemeentelijke organisatie en de kaasschaaf over de subsidies te halen.
De Alphense samenleving lag de afgelopen decennia aan het overheidsinfuus. Veel wat in het dorp werd georganiseerd kreeg een royale subsidie met bijbehorende overheidsbemoeienis. Daardoor werd de vraag of er wel behoefte was aan een initiatief verdrongen door een overstelpend aanbod aan “leuke ideetjes”. Boze tongen beweren dat een “vriendje op het stadhuis” voldoende was om het volgende feestje te organiseren. Uitvoeringsorganen werden een doel op zichzelf en trokken steeds meer taken naar zich toe. Ze namen een steeds grotere hap uit de ruif die met geld van de Alphense burgers gevuld wordt. Sind vorig jaar stopt de gemeente er minder in. Het dwingt allen tot een gezonde heroriëntatie.
Er zijn in onze nieuwe gemeente al een aantal goede voorbeelden. Wie wil zien hoe je je met weinig overheidsbemoeienis staande houdt moet eens gaan kijken bij de Stichting Max. U kunt ook langs bij het Boskoopse en Rijnwoudse verenigingsleven. Wie ziet hoe in Boskoop zonder een cent subsidie jaarlijks een Luilaktoernooi met 1500 deelnemers en 5000 toeschouwers wordt georganiseerd, wordt enthousiast van de kracht van het eigen initiatief van burgers. En dat zonder dat er één jongerenwerker, combinatiefunctionaris of buurtregisseur zichzelf belangrijk komt maken.
Het opent perspectieven voor de nieuwe gemeente, want nu de Alphense samenleving los komt van het overheidsinfuus gloort er een gezonde toekomst waarin de overheid burgers faciliteert in plaats van betuttelt: Een gemeente waar ondernemers die een ijsbaan willen dat gewoon zelf betalen en waar projectontwikkelaars met privaat kapitaal winkelcentra neerzetten is veel gezonder dan een gemeente waar alle burgers noodgedwongen meebetalen aan leuke dingen voor een selecte groep.
woensdag 7 november 2012
Beste Benk,
Ik ben eruit! Gelukkig maar, want van het gehannes binnen de Nederlandse politiek kan een mens slapeloze nachten krijgen. Ik begrijp het dilemma van de Partij dat je Mark en Stef niet als dank voor het winnen van een verkiezing bij het grof vuil kan zetten. Daarom heb ik creatief nagedacht over een oplossing waar iedereen blij mee kan zijn.
Het is de tweede regeerperiode met onze club als grootste partij en de derde keer dat we een akkoord sluiten waar we de liberale beginselen uit handen geven. Rutte1, Kunduz en Rutte2 doen vermoeden dat de Partij briljante campagnes voert en desastreus onderhandelt. Hoe groter de Partij, hoe minder liberaal het beleid.
De oplossing om Stef te belonen voor drie mislukte onderhandelingen met een leeg ministerschap lijkt wel goed (want daardoor weet je zeker dat hij daarna de politiek verlaat) maar geeft ons een slechte reputatie in Europa. Hoe kan je nu in een ordentelijk land een minister van Wonen zonder verblijfplaats hebben die woont in een kartonnen doos op het Binnenhof? Daar zal in Londen, Parijs en Berlijn met een minachtend lachje op worden gereageerd.
Neen, de oplossing voor alle problemen is om gewoon terug te keren naar het uitgangspunt dat onze politiek leider voorzitter is van de Tweede Kamerfractie. Dat is de ideale plaats voor Mark. Hij kan met zijn onverbeterbare optimisme en zijn goede liberale inborst de verbinding maken tussen de standpunten van de fractie en het kiezersvolk. Met Mark als fractievoorzitter groeit de Partij misschien wel naar 76 zetels!
Benk, ik heb heimwee. Heimwee naar de tijd dat de Partij niet de grootste partij van Nederland was, maar wel de meest invloedrijke. Heimwee naar de tijd dat we elkaar niet steeds moesten vertellen dat we een idee en debatpartij zijn, maar het gewoon waren. Ik heb heimwee naar een toekomst waarin ons land zo liberaal wordt dat een liberale partij overbodig is.
Het is de tweede regeerperiode met onze club als grootste partij en de derde keer dat we een akkoord sluiten waar we de liberale beginselen uit handen geven. Rutte1, Kunduz en Rutte2 doen vermoeden dat de Partij briljante campagnes voert en desastreus onderhandelt. Hoe groter de Partij, hoe minder liberaal het beleid.
De oplossing om Stef te belonen voor drie mislukte onderhandelingen met een leeg ministerschap lijkt wel goed (want daardoor weet je zeker dat hij daarna de politiek verlaat) maar geeft ons een slechte reputatie in Europa. Hoe kan je nu in een ordentelijk land een minister van Wonen zonder verblijfplaats hebben die woont in een kartonnen doos op het Binnenhof? Daar zal in Londen, Parijs en Berlijn met een minachtend lachje op worden gereageerd.
Neen, de oplossing voor alle problemen is om gewoon terug te keren naar het uitgangspunt dat onze politiek leider voorzitter is van de Tweede Kamerfractie. Dat is de ideale plaats voor Mark. Hij kan met zijn onverbeterbare optimisme en zijn goede liberale inborst de verbinding maken tussen de standpunten van de fractie en het kiezersvolk. Met Mark als fractievoorzitter groeit de Partij misschien wel naar 76 zetels!
Benk, ik heb heimwee. Heimwee naar de tijd dat de Partij niet de grootste partij van Nederland was, maar wel de meest invloedrijke. Heimwee naar de tijd dat we elkaar niet steeds moesten vertellen dat we een idee en debatpartij zijn, maar het gewoon waren. Ik heb heimwee naar een toekomst waarin ons land zo liberaal wordt dat een liberale partij overbodig is.
Overpeinzingen van een kamerlid
Het regende zo hard dat hij op het korte stukje van de auto naar de voordeur zijn pak verpestte. Dat kon er ook nog wel bij na zo’n rot avond. Hij had de hele terugweg naar huis naar zijn ruitenwissers zitten kijken in een pikdonkere nacht. De hele tijd speelde door zijn hoofd de vraag “Waar is het verkeerd gegaan?”
Ging het verkeerd in dat troosteloze zaaltje, waar de aanwezigen zich niet in het gelid lieten krijgen? De opdracht die hij had was een eenvoudige: Maak ruimte, zodat mensen hun gal een uurtje kunnen spuwen en zorg ervoor dat ze zich daarna schikken in hun lot. Het zou voor hem gesneden koek moeten zijn. Vaak gedaan, nooit een probleem.
Het pakte anders uit. Hij trof een troep getergde leeuwen. Hij probeerde zich eruit te redden door toe te geven dat het verhaal niet goed was geweest, maar de bezoekers lieten zich niet vermurwen: Wat verkeerd is blijft verkeerd, zelfs als je het goed communiceert. De sfeer werd zo pertinent dat hij bijna had toegegeven dat ze echt een verkeerd besluit hadden genomen.
Was het misschien vòòr die avond fout gegaan? Bij voorbeeld op het moment dat hij door de chef werd gebeld met de mededeling dat de onderhandelingen geslaagd waren en hij er alleen nog maar even een handtekening onder hoefde te zetten. Hij is een altijd bedachtzame kerel, die de ruimte neemt voor zijn afwegingen, maar nu tekende hij zonder nadenken. Achteraf vond hij dat vreemd, zeker toen de pleuris uitbrak en de uitwerking van het akkoord in volle hevigheid tot hem doordrong.
Gedeelde smart is halve smart. Ook zijn collega’s hadden zich laten verrassen en tekenden het voorgelegde onderhandelingsresultaat. De enkeling die een kritische vraag stelde werd door de chef weggelachen met de opmerking “dat we hier zijn voor de hoofdlijnen en niet voor de twee cijfers achter de komma”. Wie daarna nog wat sputterde werd door zijn loopjongen met een vilein lachje verder in de hoek gedreven.
In de dagen die daarop volgden leek het van kwaad tot erger te worden. Na de publicatie van het akkoord buitelde het journaille over elkaar heen. Tot overmaat van ramp begonnen de loopjongens van de chef berichten de wereld in te sturen die de ellende alleen maar verergerden en riep de chef zelf in het openbaar dat hij de gewraakte maatregel “niet had hoeven nemen.” Uiteindelijk was de rebbellerende meute van vanavond de voorlopige apotheose van de gevreesde volksopstand.
Hij liep naar de keuken, hing zijn verfrommelde colbertje naast zijn even verfrommelde ego en schonk zichzelf een glas whisky in. “Morgen,” dacht hij, “Morgen loop ik bij de chef langs en zeg hem dat we ons vergist hebben. We breken het contract open en beginnen opnieuw.”
Ging het verkeerd in dat troosteloze zaaltje, waar de aanwezigen zich niet in het gelid lieten krijgen? De opdracht die hij had was een eenvoudige: Maak ruimte, zodat mensen hun gal een uurtje kunnen spuwen en zorg ervoor dat ze zich daarna schikken in hun lot. Het zou voor hem gesneden koek moeten zijn. Vaak gedaan, nooit een probleem.
Het pakte anders uit. Hij trof een troep getergde leeuwen. Hij probeerde zich eruit te redden door toe te geven dat het verhaal niet goed was geweest, maar de bezoekers lieten zich niet vermurwen: Wat verkeerd is blijft verkeerd, zelfs als je het goed communiceert. De sfeer werd zo pertinent dat hij bijna had toegegeven dat ze echt een verkeerd besluit hadden genomen.
Was het misschien vòòr die avond fout gegaan? Bij voorbeeld op het moment dat hij door de chef werd gebeld met de mededeling dat de onderhandelingen geslaagd waren en hij er alleen nog maar even een handtekening onder hoefde te zetten. Hij is een altijd bedachtzame kerel, die de ruimte neemt voor zijn afwegingen, maar nu tekende hij zonder nadenken. Achteraf vond hij dat vreemd, zeker toen de pleuris uitbrak en de uitwerking van het akkoord in volle hevigheid tot hem doordrong.
Gedeelde smart is halve smart. Ook zijn collega’s hadden zich laten verrassen en tekenden het voorgelegde onderhandelingsresultaat. De enkeling die een kritische vraag stelde werd door de chef weggelachen met de opmerking “dat we hier zijn voor de hoofdlijnen en niet voor de twee cijfers achter de komma”. Wie daarna nog wat sputterde werd door zijn loopjongen met een vilein lachje verder in de hoek gedreven.
In de dagen die daarop volgden leek het van kwaad tot erger te worden. Na de publicatie van het akkoord buitelde het journaille over elkaar heen. Tot overmaat van ramp begonnen de loopjongens van de chef berichten de wereld in te sturen die de ellende alleen maar verergerden en riep de chef zelf in het openbaar dat hij de gewraakte maatregel “niet had hoeven nemen.” Uiteindelijk was de rebbellerende meute van vanavond de voorlopige apotheose van de gevreesde volksopstand.
Hij liep naar de keuken, hing zijn verfrommelde colbertje naast zijn even verfrommelde ego en schonk zichzelf een glas whisky in. “Morgen,” dacht hij, “Morgen loop ik bij de chef langs en zeg hem dat we ons vergist hebben. We breken het contract open en beginnen opnieuw.”
zondag 4 november 2012
Spekman en de dood van het socialisme
Bron: Algemeen dagblad
Het is niet moeilijk om een hekel te hebben aan Hans Spekman. Hij is een ongemanierde hork, een gestold overblijfsel van de maakbare samenleving uit de jaren 70, met standpunten die ontleent zijn aan de versimpelde vertaling van ‘Das Kapital’ ten bate van de les Maatschappijleer van de troosteloze scholengemeenschap waar de kleine Hans zijn vorming kreeg.
Spekman heeft het tot voorzitter van de Partij van de Arbeid weten te schoppen. Dat is, voor een partij die langzamerhand liberaliseert met moderne roergangers, een slimme zet. Want het werkelijke hart van de PvdA bestaat nog altijd uit gestaalde kaders, die elkaar met gebalde vuisten de Internationale toezingen. Het kader van de PvdA bestaat uit mensen als Spekman die er achter komen dat ze de verkeerde afslag hebben genomen toen ze dachten dat de oprecht Socialistische SP voor hen onvoldoende baantjes opleveren of de Diederikken die eigenlijk lid van D66 hadden willen zijn. Zelfs de echte VVD-er van de partij, Wouter Bos, kwam er te laat achter dat hij in de verkeerde club was geland.
We zijn van hetzelfde bouwjaar, Hans en ik. We hebben samen gezien hoe onze samenleving zich ontwikkelde tot een megalomaan arbeidersparadijs waar niet alleen ieder arbeider een auto kreeg, maar ook twee buitenlandse vakanties per jaar, een 36-urige werkweek en een (tot volgend jaar) waardevast pensioen. Een samenleving waar we zagen dat het gepamper van de Spekmannen uit de jaren ‘80 niet leidde tot integratie van nieuwe Nederlanders, maar tot Gettovorming en segregatie.
We hebben dezelfde herkomst. Ook mijn grootvader was lid van de S.D.A.P. en zelfs kaderlid van de vakbond. Mijn opa die, toen ambtenaren werden verplicht voor de arbeitseinzats naar Duitsland te gaan de plek van een collega innam met de woorden: “Jij moet hier blijven om voor je gezin te zorgen.” Toen ik, het moet rond 1980 zijn geweest, een interview met Willem Drees mocht afnemen, heb ik hem gevraagd om één van zijn boeken voor mijn grootvader te signeren. Als man van weinig woorden nam hij het aan en legde hij het naast zijn stoel. Na zijn dood kreeg ik het terug van mijn grootmoeder, die vertelde dat hij het wel eens opensloeg, maar nooit verder dan de inleiding met de handgeschreven tekst van Vadertje Drees zelf.
Mijn opa overleed kort na de val van de Berlijnse muur. Het mislukte socialistische experiment van de USSR was hem al lang een doorn in het oog. Het socialisme was bedacht om de arbeiders te bevrijden, niet om ze te knechten onder een dictatoriaal bewind. Mijn opa, die Markx wel goed had begrepen, wist dat er nooit een socialistische heilstaat kon komen, maar dat het socialisme de liberale staat voorbereidt. Op zijn begrafenis speelden we “morgenrood”, als afronding van een vol en voltooid leven.
Hans, het is 2012. Wij werken aan de toekomst van Nederland. Het staat je vrij om te blijven hangen in het verleden. Val ons er alleen niet mee lastig en blijf met je lompe handen af van het socialistische erfgoed van mijn grootvader af!
Het is niet moeilijk om een hekel te hebben aan Hans Spekman. Hij is een ongemanierde hork, een gestold overblijfsel van de maakbare samenleving uit de jaren 70, met standpunten die ontleent zijn aan de versimpelde vertaling van ‘Das Kapital’ ten bate van de les Maatschappijleer van de troosteloze scholengemeenschap waar de kleine Hans zijn vorming kreeg.
Spekman heeft het tot voorzitter van de Partij van de Arbeid weten te schoppen. Dat is, voor een partij die langzamerhand liberaliseert met moderne roergangers, een slimme zet. Want het werkelijke hart van de PvdA bestaat nog altijd uit gestaalde kaders, die elkaar met gebalde vuisten de Internationale toezingen. Het kader van de PvdA bestaat uit mensen als Spekman die er achter komen dat ze de verkeerde afslag hebben genomen toen ze dachten dat de oprecht Socialistische SP voor hen onvoldoende baantjes opleveren of de Diederikken die eigenlijk lid van D66 hadden willen zijn. Zelfs de echte VVD-er van de partij, Wouter Bos, kwam er te laat achter dat hij in de verkeerde club was geland.
We zijn van hetzelfde bouwjaar, Hans en ik. We hebben samen gezien hoe onze samenleving zich ontwikkelde tot een megalomaan arbeidersparadijs waar niet alleen ieder arbeider een auto kreeg, maar ook twee buitenlandse vakanties per jaar, een 36-urige werkweek en een (tot volgend jaar) waardevast pensioen. Een samenleving waar we zagen dat het gepamper van de Spekmannen uit de jaren ‘80 niet leidde tot integratie van nieuwe Nederlanders, maar tot Gettovorming en segregatie.
We hebben dezelfde herkomst. Ook mijn grootvader was lid van de S.D.A.P. en zelfs kaderlid van de vakbond. Mijn opa die, toen ambtenaren werden verplicht voor de arbeitseinzats naar Duitsland te gaan de plek van een collega innam met de woorden: “Jij moet hier blijven om voor je gezin te zorgen.” Toen ik, het moet rond 1980 zijn geweest, een interview met Willem Drees mocht afnemen, heb ik hem gevraagd om één van zijn boeken voor mijn grootvader te signeren. Als man van weinig woorden nam hij het aan en legde hij het naast zijn stoel. Na zijn dood kreeg ik het terug van mijn grootmoeder, die vertelde dat hij het wel eens opensloeg, maar nooit verder dan de inleiding met de handgeschreven tekst van Vadertje Drees zelf.
Mijn opa overleed kort na de val van de Berlijnse muur. Het mislukte socialistische experiment van de USSR was hem al lang een doorn in het oog. Het socialisme was bedacht om de arbeiders te bevrijden, niet om ze te knechten onder een dictatoriaal bewind. Mijn opa, die Markx wel goed had begrepen, wist dat er nooit een socialistische heilstaat kon komen, maar dat het socialisme de liberale staat voorbereidt. Op zijn begrafenis speelden we “morgenrood”, als afronding van een vol en voltooid leven.
Hans, het is 2012. Wij werken aan de toekomst van Nederland. Het staat je vrij om te blijven hangen in het verleden. Val ons er alleen niet mee lastig en blijf met je lompe handen af van het socialistische erfgoed van mijn grootvader af!
zondag 21 oktober 2012
Verbinden voor beginners
Verbinden is een belangrijke menselijke activiteit. Het begint voor de geboorte en eindigt lang nadat we zijn overleden. We verbinden op meerdere manieren: We leggen een verband met een desinfecterend middel om een open wond; we lijmen, schroeven, nieten van alles aan elkaar en proberen ook nog verbintenissen tussen mensen tot stand te brengen.
Verbinden is de activiteit die ons verder brengt, want je kunt het tot in het oneindige doen, terwijl verbreken stopt op het moment dat je zoveel kapot gemaakt hebt dat we alleen nog maar brokstukken over houden. Dat laatste is in Nederland recent veel gebeurd. We hebben lange tijd meer aandacht gehad voor de verschillen tussen mensen, groepen, partijen en facties, tot en met haat zaaien aan toe, waardoor alles wat ons verbindt onderbelicht raakt.
Je kunt niet zomaar alles met elkaar verbinden. Probeer maar eens zo’n handig opplakhaakje op een muur te plakken. Grote kans dat het niet lekker plakt en een nog groter kans dat je ’s nachts het haakje, met alles wat je er aan ophing, met een zachte plof op de grond hoort vallen. Kennelijk vraagt verbinden om een grondige voorbereiding. Het immer toenemend aantal echtscheidingen toont aan dat een duurzame verbintenis lastig tot stand te brengen is. Fusies en formaties vragen een behoorlijke tijd om tot het gewenste resultaat te komen en niemand geeft garanties.
Als je zaken met elkaar wilt verbinden moet je eerst een onderzoek plegen: Wat zijn de eigenschappen van de deelnemers aan deze verbintenis en welk bindmiddel zorgt voor het beste resultaat? Om iets goed te verbinden moet je benoemen welke eigenschappen gemeenschappelijk zijn en wat een verbintenis in de weg staat. Je kunt het je niet permitteren om dat op hoofdlijnen te doen, maar zult in detail geïnteresseerd moeten zijn in de moleculaire eigenschappen van de te verbinden producten.
Ook over het bindmiddel is veel te zeggen: Kies je voor een harde, mechanische oplossing of probeer je door middel van emulsie te komen tot een onlosmakelijk geheel? Een oorlog is een hardhandige manier om volkeren te verbinden, een verdrag doet er soms dertig jaar of meer over om tot resultaat te komen.
Last but not least is het belangrijk wie je de verbinding laat maken. Verbinden is in veel gevallen topsport. Voor sommige verbintenissen is een hoop deskundigheid nodig; minimaal een goede handleiding en oprechte interesse voor de ambities van de deelnemende partners. Daarmee realiseer je een duurzame verbintenis en voorkom je dat je na een tijdje met de brokken zit.
Verbinden is de activiteit die ons verder brengt, want je kunt het tot in het oneindige doen, terwijl verbreken stopt op het moment dat je zoveel kapot gemaakt hebt dat we alleen nog maar brokstukken over houden. Dat laatste is in Nederland recent veel gebeurd. We hebben lange tijd meer aandacht gehad voor de verschillen tussen mensen, groepen, partijen en facties, tot en met haat zaaien aan toe, waardoor alles wat ons verbindt onderbelicht raakt.
Je kunt niet zomaar alles met elkaar verbinden. Probeer maar eens zo’n handig opplakhaakje op een muur te plakken. Grote kans dat het niet lekker plakt en een nog groter kans dat je ’s nachts het haakje, met alles wat je er aan ophing, met een zachte plof op de grond hoort vallen. Kennelijk vraagt verbinden om een grondige voorbereiding. Het immer toenemend aantal echtscheidingen toont aan dat een duurzame verbintenis lastig tot stand te brengen is. Fusies en formaties vragen een behoorlijke tijd om tot het gewenste resultaat te komen en niemand geeft garanties.
Hoe breng je een duurzame verbinding tot stand?
Als je zaken met elkaar wilt verbinden moet je eerst een onderzoek plegen: Wat zijn de eigenschappen van de deelnemers aan deze verbintenis en welk bindmiddel zorgt voor het beste resultaat? Om iets goed te verbinden moet je benoemen welke eigenschappen gemeenschappelijk zijn en wat een verbintenis in de weg staat. Je kunt het je niet permitteren om dat op hoofdlijnen te doen, maar zult in detail geïnteresseerd moeten zijn in de moleculaire eigenschappen van de te verbinden producten.
Ook over het bindmiddel is veel te zeggen: Kies je voor een harde, mechanische oplossing of probeer je door middel van emulsie te komen tot een onlosmakelijk geheel? Een oorlog is een hardhandige manier om volkeren te verbinden, een verdrag doet er soms dertig jaar of meer over om tot resultaat te komen.
Last but not least is het belangrijk wie je de verbinding laat maken. Verbinden is in veel gevallen topsport. Voor sommige verbintenissen is een hoop deskundigheid nodig; minimaal een goede handleiding en oprechte interesse voor de ambities van de deelnemende partners. Daarmee realiseer je een duurzame verbintenis en voorkom je dat je na een tijdje met de brokken zit.
Abonneren op:
Posts (Atom)